Er is een verhaal van Bernlef getiteld: ‘Na mijn begrafenis’. Het staat in zijn bundel: ‘Help me herinneren’ (2012), geschreven in het jaar van zijn dood.
Category: correspondentie
Ik heb in mijn jeugd overwogen om archeologie te gaan studeren, maar daar is het nooit van gekomen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat mijn interesse voor ‘verdwenen’ plekken daarmee verdwenen is. Een groot aantal kunstwerken uit mijn oeuvre hebben ‘de afwezigheid’ van iets als onderwerp.
Ontsnappen. Is dat niet de crux van de beschrijving van Ballard? Ontsnappen aan datgene waar je het aller-aller-bangst voor bent. En dan gewoon niet meer rennen, maar je laten overspoelen door de golf.
Tot zover de expositie in Sittard. Ik ontmoet er een oud klasgenoot aan de balie. Het is toeval dat mijn nieuwe boek Bring No Clothes, Bloomsbury and the Philosophy of Fashion van Charlie Porter aansluit op het onderwerp. Ik lees het niet lang na mijn tentoonstellingsbezoek en ben gechoqueerd als ik lees dat Virginia Woolf en haar zus Venessa Bell na de dood van hun ouders een aantal jaar misbruikt worden door een neef.
Blijkbaar kon Auerbach zich weinig herinneren van Berlijn, van zijn vroege jeugd. Hij was pas 8 jaar toen hij Duitsland verliet, het kindertransport vanuit Hamburg was, meen ik, het laatste dat Duitsland achter zich liet. Sijpelt ‘de herinnering’ aan alle onvoorstelbare verschrikkingen toch door in zijn manier van werken?
Iedereen spreekt over Trump, maar ik denk dat het in Nederland erger is, geniepiger en vilein: Als kleine groepen mensen zich zo agressief mogen uiten tegen niet meer dan een plan om een ruimte in te richten om mensen op te vangen die al hier zijn – varkenspootjes aan het hek, vuurwerk, vaders, zonen, vuisten, harde blauwogige, rondlippige, rondborstige vrouwen, rubberen laarzen aan, boodschappentassen
Wat een merkwaardige week; op zondag 2 maart j.l. de ontroerende monumentale schoonheid van de schilderijen en tekeningen van Beatriz González (1932) gezien in Museum De Pont.
Én, afgelopen vrijdag 28 februari, de hondsbrutale uitval en poging tot totale vernedering van de heer Zelensky door de ‘heren’ Trump en Vance. De televisie-uitzending was ‘zum kotzen’.
‘Als een witte in het zwembad sprong, gingen de zwarten eruit.’ Deze zin lijkt op een zin uit het boek ‘CONGO een geschiedenis’ van David van Reybrouck (pag. 233),
maar dan is het een zwarte die in het zwembad plonst. We spreken over de vroege vijftiger jaren van de twintigste eeuw. Hoe zwart-wit kan het zijn? Hoe lang zal het zwart-wit blijven?
Wat ik ook niet wist, is dat de Zwitserse Szeemann een Midden-Europese achtergrond had. Die familiegeschiedenis van hem wordt mijn uitgangspunt. Zoals een curator / historicus betaamt, illustreert hij deze geschiedenis met documenten en objecten. En daarmee start het tweede deel van mijn gedachten over Oostenrijk. Ik begin met een herinnering.




