
Over de politieke betrokkenheid van Clarice Lispector en Elizabeth Bishop
Met de huidige politieke situatie voor ogen blader ik door One Art, the selected letters van Elizabeth Bishop en door Too much of Life, the Complete Chronicles van Clarice Lispector. Ik kocht de boeken min of meer gelijktijdig en kom er al snel achter dat ik ze niet ‘door elkaar heen’ kan lezen. Het heeft iets te maken met de soevereiniteit van beide schrijvers en de eigenheid van hun stijl: De punctuele vrolijkheid van Bishop; Lispectors mystieke toets. Toch is het onvermijdelijk om de boeken naast elkaar te leggen. De karakter- en stijlverschillen dwingen je bijna tot een vergelijk. Je wilt weten hoe de heel verschillende temperamenten zich tot elkaar verhouden. Verder is een vergelijking interessant vanwege hun verhouding tot Brazilië en de Braziliaanse politiek. Lispector schrijft over het land omdat zij, hoewel in Oekraïne geboren, een Braziliaans schrijver is. Haar taal is het Portugees. Bishop, een Amerikaanse, doet in haar brieven en gedichten verslag van de zeventien jaar die zij in Brazilië woonde. Ik bestudeer hun teksten, de ruige Braziliaanse politiek op de achtergrond. Kan ik van hen leren hoe met onrustige politieke situaties om te gaan?
—
Omdat het werk van Bishop bij het Nederlandse publiek waarschijnlijk niet al te bekend is, Lispector als markant Braziliaans schrijver waarschijnlijk nét iets meer, wil ik eerst een korte introductie geven van hun belangrijkste teksten. Daarna ga ik in op hun betrokkenheid bij de omgeving en de politiek. Het gaat daarbij niet alleen om expliciet politiek commentaar of activisme, maar ook om meningen en observaties die meer impliciet zijn.
Bishop (1911-1979) schrijft gedichten waarin ze veel persoonlijke indrukken en ervaringen verwerkt. Haar werk behoort tot de ‘discriptieve poëzie’ lees ik in een nogal schools artikel van J. Bernlef die enkele gedichten van haar vertaalde. [1] In die traditie schetst Bishop het landschap van New England en Florida, respectievelijk de staat waar zij opgroeide en één van de staten waar ze woonde nadat ze haar studie had afgerond – ze studeerde aan Vassar College een chique New Yorkse meisjesschool. Behalve over de V.S. schrijft ze over Brazilië, het land waar ze zeventien jaar samenleeft met haar grote liefde, Carlotta (Lota) de Macedo Soares. De titels van haar gedichtenbundels weerspiegelen haar migratiegeschiedenis en reislust: North & South (1946); Questions of Travel (1965) en Geography III (1967).
Lispector (1920-1977) heeft al negen romans gepubliceerd als ze in 1967 columns gaat schrijven in het Jornal do Brasil. Na haar scheiding van haar eerste man, een diplomaat, zorgt ze alleen voor haar twee zoons en ze moet geld verdienen. Iedere zaterdag krijg de lezer van de krant een sfeervolle tekst voorgeschoteld over huislijke, sociale en politieke gebeurtenissen in het land. Het werk van Lispector is evenals dat van Bishop hoogst persoonlijk en beschrijvend. Met grote regelmaat wordt naar sociale verhoudingen en politiek onrecht verwezen.
—
Zeker in vergelijk met Lispector is het engagement van Bishop impliciet. Het is verweven met haar beschrijvende gedichten en haar taal. Dat taalgebruik is zorgvuldig en direct. Het valt op dat de beelden die ze gebruikt heel gedetailleerd zijn, of het nu om mensen, hun huizen of het gedrag van dieren gaat. Concrete dingen als flarden van krantenberichten, namen van planten en streken, meubilair krijgen in de context van haar verzen een subtiele, meervoudige betekenis zonder plompverloren metaforisch te zijn. Er is sprake van een behendig ingekleurde tekening van de fysieke omgeving. Die tekening is zo scherp dat de gedichten van Bishop wel met de schilderijen wel met werk van Johannes Vermeer worden vergeleken, een vergelijking waar ze zelf zeer verguld mee was. [2] Haar stem klinkt vrolijk en klaterend, zeker wanneer ze met klassieke dichtvormen experimenteert. De schrijfster Mary McCarthy, een vriendin uit haar tijd op Vassar, leest in een documentaire een scabreus gedicht van Bishop voor, het is humoristisch, het ritme perfect. [3] Toch bevindt de Renaissancistische lichtheid bij Bishop zich vooral aan het oppervlak. Ga je de diepte in dan kan haar helderheid ook bitter en scherp zijn.
Bishop kan goed sneren. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de laatste zinnen van Florida, een gedicht uit de bundel North & South. In het gedicht geeft zij een algemene beschrijving van de zuidelijke staat. Het begint heel licht en complimenteus met beschrijvingen van het dierenleven, S-vormige flamingo’s en de zon. Het eindig in de duistere, waterrijke Everglades met de roep van de alligator: vriendelijk, liefhebbend, ter paring, als teken van oorlog, en als waarschuwing, en hoewel het om niet méér gaat dan een correcte beschrijving van de roep van het reptiel klinkt die waarschuwing hard en helder, ook voor het menselijk oor. After Dark, the pools seem to have slipped away. The alligator, who has five distinct calls: / friendliness, love, mating, war, and a warning – / Whimpers and speaks in the throat / of the Indian Princess. Waar waarschuwt de alligator voor? Oorlogsgeweld is niet onwaarschijnlijk. Bishop werkt lang aan haar gedichten waardoor er niet altijd een precieze ontstaansdatum kan worden aangegeven. Maar de bundel verschijnt in 1946 en dat maakt de verwijzing plausibel.
Midden jaren veertig leeft Bishop in Key West. Uit de brieven en gedichten die zij in die periode schrijft, blijkt dat zij zich verheugt over de rijke natuur en het dierenleven. Zij verbaast zich ook, over de maatschappelijke verhoudingen, de grote verschillen tussen het witte leven en dat van de arme witte en Afro-Amerikaanse families in de omgeving. In latere brieven zal ze beschrijven hoe het gebied verandert als de omgeving naar aanleiding van de Amerikaanse oorlogsactiviteiten militariseert. Ook uit Roosters dat in dezelfde bundel staat, spreekt angst en dreiging. Zoals uit de titel blijkt zijn hier hanen het uitgangspunt. Er wordt vaak geschreven dat dit gedicht over gender gaat, dat ligt voor de hand, maar al uit de eerste regels blijkt dat de dreiging ook algemener kan worden opgevat. At four o’clock / in the gun-metal blue dark / we hear the first craw of the first cock, luidt de eerste zin, onmiddellijk gevolgd door een herhaling, een echo: just below / the gun-metal blue window / and immediately there is an echo.
—
Lispector spreekt zich openlijk tegen armoede en politieke maatregelen uit. Ze doet dit in haar columns, maar ook in haar romans waarin honger en onderwijs aan kinderen vaak op de achtergrond aanwezig zijn. Ook háár taal is direct, maar op een andere manier dan die van Bishop. Het lijkt vaak alsof zij een zelfontwikkelde vorm van spreektaal hanteert en daadwerkelijk met de lezer of geadresseerde in haar teksten spreekt. Door die merkwaardige vorm spreekt zij zelden over en meestal met mensen of personages; niet over het (Braziliaanse) volk, maar tegen hen. Haar stem klinkt begripvol, nerveus en vol verlangen. Ze betrekt zichzelf bij iedere ervaring die ze beschrijft en wil zo eerlijk mogelijk zijn. Dit leidt met zekere regelmaat tot bijna mystieke passages waarin ze spreekt over schuld, slapeloosheid, depressieve gevoelens, vrouwen die huishoudelijk werk doen en het leven zelf.
“In my books I profoundly want a profound communication with myself and with the reader. Here in the newspaper I merely speak to the reader (…)”, schrijft ze in een column, waarin ze probeert te analyseren wat het schrijven van een column of kroniek voor haar is. Is the crônica a story? Is it a conversation? Is it a summarization of a state of mind? Vraagt zij zich af. [4] Zij beklaagt zich dat haar stukjes zo licht en zo persoonlijk zijn. Is dat nou wel de bedoeling? Een duidelijk antwoord geeft ze niet, maar als lezer weet je, dat haar stukjes vaak dat tweede zijn, een conversatie of gesprek dat door de extreem persoonlijke benadering surreële trekken krijgt. Het is precies dát, die surreële, bijna onwerkelijke atmosfeer die haar teksten zo aantrekkelijk maakt. Alles lijkt hyperpersoonlijk, ook de politiek.
Als ik al bladerend door Too Much of Life de titel Vietkong (1968) tegenkom, heeft ze het heftige onderwerp in de vorm van een gesprek met een van haar zoons gegoten. Een klein beetje afstand heeft ze, als ze over de bedreigde bestaansmogelijkheden van de Braziliaanse Indianenvolken spreekt, de Tabajara, Tupi, de Ge. Ze laat zich informeren. Dit suggereert dat er in Brazilië maar weinig kennis is over deze volkeren en veel mensen niet zien of niet weten dat ook overheden met hun rechten sjoemelen. In Letter to the Minister of Education (1968) spreekt ze de minister van onderwijs aan. Ze voert een pleidooi voor gratis onderwijs naar aanleiding van beperkende maatregelen van het toenmalige militaire regime. Er volgden studentenprotesten waaraan Lispector volgens een noot onder aan de pagina in 1966 deelnam. [5]
Niet alleen in haar columns, ook in haar romans toont Lispector zich betrokken. Haar laatste boek The Hour of the Star (1977) gaat over het meisje Macabéa op dat alleen maar cola drinkt en duizelig wordt als ze aan eten denkt omdat er achter kwam dat ze ooit gebakken kat gegeten had. Iets van de sfeer van die novelle en het karakter van het meisje vind ik in twee vroege columns terug: The Silent Girl from Minas Gerais en Clairvoyant. Daarin introduceert Lispector het dienstmeisje Ahninha en de kok Jandira. Uit deze columns blijkt hoezeer Lispector zich bij de sociale verhoudingen in Brazilië betrokken voelt. Sociale hiërarchieën zijn in Brazilië nauw verbonden met familie- verwantschapsrelaties, al was het maar omdat de dienstmeisjes en de kok vaak iedere dag in huis zijn. Soms wonen zij zelfs samen met hun familie op het erf, zoals met Manuelzinho, de tuinman van Lota die voorkomt in een gedicht uit het eerste aan Brazilië geweide deel van Questions of Travel (1965). Hij woont met zijn gezin op het erf en maakt samen met de kinderen deel uit van het dagelijks leven van de twee vrouwen. [6]
In The Happy Interview tenslotte beschrijft Lispector hoe ze politiek en literatuur verbindt.
Christine asked me what I thought of politically engaged literature. I said I found it perfectly valid. She wanted to know if I would ever write such a book. I feel that I already do. Everything I write is connected, at least inside myself to the reality in which we live. (…) [7]
Ook schrijft ze weer over honger.
She asked what I thought of popular culture. I said that it didn’t as yet properly exist. She asked if I considered it important. I said I did but there was something even more important: making sure that those who were hungry have enough food. Unless, that is, popular culture makes people aware that hunger gives them the right to demand food. [8]
Overigens citeer ik The Happy Interview om twee redenen: Vanwege de uitspraak over politiek geëngageerde literatuur, maar ook omdat de vorm van de column goed laat zien dat Lispector vaak minder altruïstisch en bescheiden is dan wel gesuggereerd wordt. De tekst verraadt een zekere controledrang (een dwang die wellicht bij schrijvers hoort), want is het niet merkwaardig om een interview dat je goed vind en ‘happy’ noemt nog eens dunnetjes over te doen? “Christina zegt”, schrijft Lispector, en ze neemt de teugels in handen.
—
Hoewel veel observaties en ervaringen van Lispector en Bishop overeenkomen, zijn er ook betekenisvolle verschillen. Ze komen soms voort uit het karakter van de vrouwen, soms uit de positie die zij innemen in het Zuid-Amerikaanse land. Lispector is een alleenstaande moeder, gescheiden van een diplomaat. Bishop is geliefde en partner van een rijke, ingeburgerde vrouw. Dat brengt haar in aanraking met de mensen in het land en in haar directe omgeving, de tuinman, kok en dienstmeisjes op het landgoed Samambaia bijvoorbeeld, én met een stroom van vrienden die deel uitmaken van de culturele en politieke elite van het land en de V.S.. De beeldhouwer Alexander Calder komt graag op bezoek en neemt intrek in Lota’s appartement aan het strand van Rio. Zijn werk is opgenomen in de grote collectie moderne kunst die zij heeft. De Braziliaanse politiek is ook vertegenwoordigd, onder andere door Carlos Lacerda volgens Bethany Hicok in Elizabeth Bishop’s Brazil een muck-raking journalist and political agitator (…) is. [9] Zijn naam duikt van aanvang aan in de brieven van Bishop op. Hij zal haar leven meer beïnvloeden dan haar lief is.
Als Bishop over Brazilië schrijft in brieven en gedichten, geldt haar eerste fascinatie het land, de flora en de fauna, evenals in de gedichten die zij in Florida schreef. Ze neemt ook weer de levens van mensen en diergedrag als startpunt. Manuelzinho is daar een goed voorbeeld van. In 1954, ze is dan drie jaar in Brazilië, waagt zij zich ook aan de politiek. Suicide of a Moderate Dictator is een gedicht over de zelfgekozen dood van president Getúlio Vargas. Zij draagt het op aan Lacerda. Daarmee duikt ze de politiek in als een toerist het water, helder blauw en zonnig aan het oppervlak, maar troebel en stroperig in de diepte. This is a day when truths will out, perhaps;- / Leak from the dangling telephone ear-phones / sapping the festooned switchboards’ strength. / fall from the windows, blow from of the sills.
Het gedicht start bij de schrik van een plotseling overlijden. De buitenkant van de gebeurtenis. De hangende hoorns van de telefoons, herinneren aan nieuwsberichten én geheimen. Dan beschrijft ze een omwenteling: Zij die werkten hebben niets meer te doen, zij die spelen zullen snel aan het werk moeten gaan. In de laatste strofe gaat het leven door en schijnt de zon opnieuw. This is a day that is beautiful as well, / and warm and clear, at seven o’clock I saw / the dogs being walked along a famous beach / as usual (…) [10] Het venijn zit hem in de slotzin. Dat snelle, korte ‘as well’ herinnert aan de schrik van het begin, en het lijkt alsof ook Bishop zelf geschrokken is; Het versterkt bovendien de ambivalentie van de stilte die volgt en het warme weer. De nadruk op die stilte heeft iets banaals, als in ‘het leven gaat door’, maar kan ook gelezen worden als een oprechte verbazing over de reactie van veel Brazilianen op het politieke nieuws. Wat volgt is een rimpelloos niets; Bishops scherpe verbazing over de stroperigheid van de Braziliaanse politiek.
Na enig nadenken kan je je afvragen of de Braziliaanse politiek wel het onderwerp is van het gedicht. Niet de politiek zelf, maar de manier waarop sommigen met politieke gebeurtenissen omgaan, wordt beschreven. Een consensus – de zwijgende meerderheid – en de onveranderlijkheid van de Braziliaanse politiek staan centraal. Vooral de opdracht aan Lacerda, (…) who founded his right-wing newspaper Tribuna da Imprensafor the sole purpose of destroying Vargas’s presidency, aldus het vervolg van Bethany Hicoks beschrijving, is veelzeggend. [11] Krijgt hij hier een compliment, of is het toch een waarschuwing? Lacerda houdt Bishop van begin af aan bezig, ze heeft zo haar twijfels over de man. Al in 1952 schrijft zij in een brief aan haar vriendin Pearl Kazin:
Carlos Lacerda is creating great upheaval here now – has just landed the editor of the government paper in jail (he’s an old renegade friend of Lota’s who apparently has been a Communist all these years – plus selling out to Vargas) but it is all too complicates to go into. However much as I dislike Carlos some ways, he is certainly al very brilliant and brave young man. I must stop; Mary is about to leave. Here is Habakuk prophesying doom. [12]
—

Er kleeft een zekere tragiek aan de belangstelling van Bishop voor Lacerda. Naarmate ze langer in Brazilië woont, wordt haar leven meer en meer door zijn aanwezigheid en ambitie bepaald. Dat ligt niet aan haar. Het heeft alles te maken met Lota en haar idealen. Lota is architect. Ze deed geen opleiding maar heeft talent, ambitie en een grote interesse in architectuur en beeldende kunst. [13] Als Bishop haar leert kennen bouwt zij aan haar huis in Samambaia, een huis dat oorspronkelijk door de Sérgio Bernardes ontworpen is. Ze heeft ideeën over de constructie en over de relatie tot de tuinen en natuur. Het leven op het erf maakt deel uit van haar ambities. Ze bouwt een werkruimte voor Bishop en zorgt voor haar personeel. Geeft ze geld als ze ziek zijn. Er worden mensen geadopteerd, waarna ze daadwerkelijk deel uit maken van de familie. De situatie is idyllisch. Dat verandert als Lacerda carrière maakt.
Carlos Lacerda, vernoemd naar Karl Marx, schijnt als student sympathie voor het communisme te hebben. Als politicus staat hij bekend als een fervent anticommunist. Aanvankelijk is hij hoofdzakelijk werkzaam als journalist. In 1950 wordt hij lid van de kamer van Brazilië. Hij richt zich actief tegen de politiek van Getúlio Vargas, ook omdat hij zelf president wil worden. In 1960 wordt hij verkozen als gouverneur van de staat Guanabara waar Rio de Janeiro onder valt. Dit verandert zijn relatie met Lota. Voor de aanleg van een groot park in Rio vraagt haar als ontwerper. Lota ziet zijn voorstel als een serieuze mogelijkheid om zich als architect te profileren. Het Parque do Flamengo, zoals het park gaat heten, moet haar architectonische en haar sociale ideeën reflecteren. Ze heeft hoge verwachtingen van het project, die door de samenwerking met Lacerda helaas in hoge mate gepolitiseerd zijn. Het is niet duidelijk of zij dit voorziet. Lacerda waarschijnlijk wel. Uit één van de brieven aan psychiater Anny Baumann die Bishop regelmatig spreekt als de relatie met Lota verslechtert, blijkt hoe dwingend Lacerda is.
I don’t know whether Lota will work again at all….I’d prefer not at all, I think, but won’t say anything. She is very much against Carlos Lacerda (& I’m afraid I’m with her there). He keeps writing her almost love letters, to get her back. [14]
Lota raakt overspannen en wordt depressief, verwikkelingen die uiteindelijk leiden tot haar dood. Tijdens een bezoek aan Bishop in de VS, waar zij inmiddels les geeft aan een grote universiteit, neemt Lota te veel tabletten in en overlijdt. Bishop is aangedaan: Na het vroege overlijden van beide ouders, verliest ze weer een geliefde. Het zijn deze gebeurtenissen en haar migratiezucht die resoneren in het gedicht The Art of Losing.
—

Omdat het einde van Lota zo dramatisch is, wordt in de her-vertellingen van hun levensverhaal liefde en verraad benadrukt. Dan wordt Bishop vaak nalatigheid verweten, vooral door veel Brazilianen, waaronder verwanten van Lota. Bishop is een vreemdeling, zou Lota niet begrijpen en drinkt. Het is het hoofdlijn van twee sentimentele romans over hun relatie en een film die gekenmerkt wordt door een Madmann-achtige esthetiek met veel gladgestreken uiterlijk vertoon en een weinig subtiele weergave van de relationele vreugden en problemen. [15]
Ook in een ander opzicht gaat het naderhand vooral over Bishops tekorten, namelijk wat betreft haar visie op de Braziliaanse politiek. Wat weet zij als Amerikaanse nou van Brazilië? Het is een vraag die onder andere Benjamin Moser stelt in een artikel over de herdruk van een informatief boek over Brazilië dat Bishop in 1962 samenstelde in opdracht van LIFE. Wat dit specifieke boek betreft, heeft Moser waarschijnlijk gelijk. Het wordt een populair reisverslag, zoals die destijds vaker verschenen, vol esthetisch verantwoord, maar obligaat fotomateriaal. Uit de brieven blijkt hoeveel moeite ze had om het boek te maken. Gezien de scherpte van de beelden en die Bishop echter in haar poëzie en brieven aan de dag legt, zou ik zeggen: Ze is vooral op iets anders gericht. (Wat Moser overigens toegeeft). Ik denk dat daarnaast ook de houding van Lota in beschouwing moet worden genomen. Het is aannemelijk dat ze als filantroop en aristocrate kwetsbaar is voor teleurstellingen waar het haar plannen betreft. Lota werkt harder, neemt zelfs aan politieke campagnes deel. Ergens in de brieven merkt Bishop op dat ze bij perioden gratis voor Lacerda werkt (sic!). Het holt haar uit, hard werken en weinig macht of status en de praktijk is stug. Volgens Bishop moet Lota voortdurend concessies doen, wat haar niet makkelijk afgaat. Zij is in ieder geval geen handige politicus.
—
Pfff. Hard gewerkt, fragementen van teksten gecombineerd in een poging tot close reading. Ik deed dit op de eerste plaats uit plezier in de teksten van Bishop en Lispector. Dat plezier wil ik delen. De teksten van Lispector zijn wat mij betreft op hun best als haar altruïsme dubbelzinnig is en doorschemert dat ze veel minder timide is, dan je zou denken. Ze is ook gemeen en heeft last van controledrang. Dat geldt ook voor Bishop. Ik ben dol op haar teksten als ze sneert, en moet vreselijk lachen als ze in haar brieven uithaalt naar Mary McCarthy. McCarthy die ik alleen uit correspondentie met Hannah Arendt ken, heeft haar roman The Group, een verhaal over Vassar. Bishop verwacht dat zij er ook in voor zal komen. Haar rol in The Group is niet al te groot, en ze uit haar teleurstelling in scherpe bewoordingen. Ik lach omdat ik vermoed dat haar kritiek desalnietemin niet onterecht is.
De tweede reden van mijn onderzoek is een oprechte interesse in de politieke omstandigheden waarin de teksten van de twee schrijvers zijn ontstaan. Die politieke achtergrond is vooral interessant omdat de Braziliaanse politiek zo beweeglijk is. Communisten en liberalen, conservatieven en militairen wisselen elkaar in hoog tempo af, soms democratisch verkozen, soms afgedwongen kort en krachtig geweld. Vooral die instabiliteit doet me denken aan het heden, in combinatie met een bezittende macht die stevig in het zadel zit. In Brazilie zijn het grootgrondbezitters en industriëlen, terwijl het nu waarschijnlijk vooral de grote bedrijven zijn. Helemaal zeker weet je het nooit de politiek is troebel, bijna opaak. Ik moet denken aan de films van Visconti die rijkdom zo prachtig weergaf, en aan het motto van Il Gattopardo (1963) dat ‘je iets moet veranderen, zodat alles hetzelfde blijft.’
Een Wikipedia-lemma over Lacerda toont nog andere belangen; vastgoedontwikkeling ten koste van woningen van mensen zonder geld en land. Het compliment dat hij uit de VS krijgt benadrukt de precaire situatie van Lota. Er is ongetwijfeld sprake van een spanningsveld tussen haar idealen als architect en filantroop en de economische en politieke belangen achter de nieuwbouwplannen.
His administration was praised by the US government and the IMF for his efforts to solve some chronic problems of Rio such as water services, public transportation and housing. As part of this drive, Lacerda ordered areas of the city – often areas targeted by developers – to be cleared of the inhabitants. Over this period, up to 140,000 people were evicted, mostly from the three favelas on the Rodrigo de Freitas lagoon, located near the beaches of the city’s south zone.
Of er uit het vergelijk tussen de opvatting van Lispector en die van Bishop ook daadwerkelijk iets te leren valt, weet ik niet. Of, het zou moeten zijn dat complexiteit verschillende mogelijkheden toelaat. Overigens hebben Elisabeth Bishop en Clarice Lispector elkaar in 1962 ook daadwerkelijk ontmoet. Bishop die wel vaker poëzie en verhalen uit het Portugees naar het Engels vertaalde, vertaalt dan een paar verhalen van haar. Vervolgens biedt ze Lispector aan om haar in contact te brengen met haar Amerikaanse uitgever, maar die bemiddelingspoging mislukt. In 1964 verbreken de schrijvers het contact. Pechman probeert de animositeit tussen beide schrijvers te verklaren: Misschien leek het werk te veel op elkaar, Bishop was vooral enthousiast over de vroege werken van Lispector die in sfeer aan de hare doen denken. Mogelijk was haar kennis van het Portugees ondermaats. Mogelijk is er bij Bishop van een soort ‘witte onschuld’ sprake. (een referentie naar de ‘dode hoek’ of ‘witte vlek’ van iemand die redeneert vanuit de positie van een dominante cultuur, iets wat soms de observaties van Bishop van mensen van kleur in VS en Brazilië zal kleuren.) Negen jaar ouder, Amerikaans, doet ze alsof het succes van Lispector van haar af zou moeten hangen. Dat is natuurlijk onzin. Hoe dan ook. Geen oordeel en geen moraal aan het verhaal, of het zou moeten zijn dat wat voor de ene twijfel is, voor de ander voor zorgvuldig nadenken en observeren staat.
Amsterdam, augustus 2025
Bibliografie
Elizabeth Bishop, The complete Poems, Chatto & Windus, London, 2011
Elizabeth Bishop, One Art, the selected letters, ed. and selected by Robert Giroux, Pimlico 1994
Clarice Lispector, Too much of Life, complete chronicles, Pinguin 2022
Clarice Lispector, The Hour of the Star, translation Benjamin Moser, New Direction 2011
[1] Bernlef Nawoord: de kracht van het zichtbare in: Raster jaargang nr.6 2006 p.167
[2] De interesse in beeldende kunst was een van de dingen die Bishop met Lota de Macedo Soares deelde. Bishop schilderde ook zelf in een naïeve stijl.
[3] Elizabeth Bishop documentaire
[4] Why writing Chronicas, in: Clarice Lispector, Too much of Life, Complete Chronicles, Pinguin 2022 p.127
[5] Na de militaire coup van 1964 beperkte het militaire regime de vrijheid van meningsuiting en vergrootte het de censuur, intellectuelen werden vervolgd en veroordeeld. (…) Het laatste studentenprotest vond plaats in 1968.Lispector werd in 1966 tijdens een studentenprotest gefotografeerd. Letter to the Minister of Eductation, in: Clarice Lispector, Too much of Life, Complete Chronicles, p. 80
[6] Vgl. de podcast Mina en Mevrouw, Maartje Duin.
[7] The Happy Interview, in: Clarice Lispector, Too much of Life, Complete Chronicles, Pinguin 2022 p. 63
[8] The Happy Interview, in: Clarice Lispector, Too much of Life, Complete Chronicles, Pinguin 2022 p. 63
[9] Bethany Hicok, Elizabeth Bishop’s Brazil, University of Virginia Press 2016
[10] Suicide of a moderate dictator, in: E. Bishop, The complete Poems, Chatto & Windus, London, 2011
p. 298-299
[11] Bethany Hicok Elizabeth Bishop’s Brazil University of Virginia Press 2016
[12] to Pearl Kazin, July 8. 1952 in: One Art, the selected letters, ed. And selected by Robert Giroux, Pimlico 1994, p. 242
[13] Over de architectuur van Lota de Macedo Soares
[14] to Dr. Anny Baumann, January 20. 1967 in: One Art, the selected letters, ed. And selected by Robert Giroux, Pimlico 1994 p. 459
[15] Carmen Lucia de Oliveira, Flores Raras e Banalíssimas, 1995 / Michael Sledge, The More I Owe You 2010 / Reaching for the Moon, regie Bruno Barreto 2013
Benjamin Moser Elizabeth Bishop’s misunderstood Brazil New Yorker, 2012
Alexandra Pechman Clarice Lispector and Elizabeth Bishop’s fraught relationship Sept. 29, 2025

