Chaos is geen willekeur

Orde is bewustzijn, is beheersing.
Orde is verzamelen, is categoriseren, is patronen herkennen, waaronder die van oorzaak en gevolg. Willekeur is dat sluipende, niet te voorspellen iets, die stilte of dat eigenlijke niets, dat daar lijnrecht tegenover staat.
Willekeur wordt onderschat.
Dan heb ik het niet over bestuurlijke willekeur, de willekeur van de macht.
Maar willekeur bijvoorbeeld in het kader evolutionistische processen: Velen redden het niet, één (of meerdere) van hen echter hebben (toevallig) een eigenschap die geschikt is om op de situatie te reageren: de soort is gered.
Of willekeur in kader elektronica, de glitch.
Willekeur is belangrijk, al houden we er niet zo van omdat het zo lijnrecht tegenover orde, beheersing en controle staat. We vergeten dan dat het in de kiem de mogelijkheid tot aanpassing bevat.
Je zou natuurlijk nog heel veel meer over willekeur kunnen vertellen, maar ik laat het bewust bij een beetje, nét genoeg om de suggestie te wekken dat willekeur wellicht een uitstekend antwoord op chaos is. Willekeur markeert dan een kantelmoment: Het moment waarop op een chaotische situatie zomaar op een onverwacht moment een prille orde volgt.
—
Deze gedachten over willekeur werden opgeroepen door het spontane, intuïtieve, licht chaotische werk van Sebastiaan Schlicher (1975), waarbij willekeur plotseling een ontsnapping lijkt te bieden. Later weet ik niet meer zeker of dat werkelijk zo is. Dan denk ik weer aan Schlicher die op instigatie van Just Quist in De Balustrade in Tilburg een kleine presentatie heeft gemaakt.
De Balustrade is een atelier-programma, een klein, avontuurlijk, geheimzinnig en persoonlijk presentatie-programma dat zijdelings refereert aan het werk en de gedachtewereld van Quist. Ik houd van zulke programma’s. Ik houd van kunstenaars en kunstenaarscuratoren, en verslond dan ook de publicatie over kunstenaarspresentaties onder redactie van Elena Filopovic (voorheen directeur van de Kunsthalle Basel, nu directeur van het Kunstmuseum in dezelfde stad). [1] In de publicatie worden de verschillende presentatievormen besproken zoals die bedacht zijn door bijvoorbeeld David Hammons en Walid Raad, en aan de lijst besproken kunstenaars kunnen zonder moeite vele anderen worden toegevoegd. Zij maakten presentaties op hun atelier en daarbuiten in winkels en verlaten huizen, die vervolgens vol of juist heel leeg waren.
Quist toont met zijn programma zijn grillig intensief denken en brede interesse, die naast beeldende kunst en filosofie, ook muziek, vormgeving en architectuur betreft: Hij doet experimenten, laat zijn lange lijf verdwijnen, spreekt blind met collega Lorelinde Verhees en toon het werk van Sebastiaan Schlicher. Er staan drie geluidssculpturen in de ruimte en er hangen vier tekeningen, één op iedere beschikbare muur.
—
Chaos, waanzin, willekeur. Dat zijn de woorden die mij te binnen schieten als ik lange tijd luister naar de geluidssculpturen die in de ruimte staan. De ruimte is wit en leeg en met oog op de muziekmachines donker. Er bevindt zich een uitnodigende witte bar in de hoek. Op de vloer op een laag een podium, eigenlijk eerder een tweede vloer staan drie apparaten, de geluidsculpturen van Schlicher. Ieder object an sich is een aaneenschakeling chips en lampjes, zenders en ontvangers en een enkele verstoorder. Het is een veelheid die voor mij als technische leek, vooral uit zilverkleurige weggetjes en slordige zilveren stippen, draadjes, lampjes en enkele microfoons bestaat. Dat geldt althans voor één van de drie, waar drie microfoons op standaards uit steken. Het licht is uit, de lampjes gaan aan en trillen en bewegen op het ritme van het geluid.
A-dynamic Mood Shifter nrs. II, III en IV: Het geluid is wild en divers. Klanken te midden van ruimte en stilte. Een blurb, een bloep, bliep, bliep. Soms lijken geluiden en stiltes vreemde patronen te vormen, onderhoudend en veranderlijk. De lichtjes dansen onophoudelijk mee, afwisselend blauw, rood, roze, soms wit, soms geel, soms groen. Op de achtergrond van de geluidsinstallaties bevindt zich een raam naar de donkerte buiten. Je ziet een straat met rechte huizen, waarin auto’s stil voorbij glijden, – het atelier bevindt zich aan de rand van de stad. De realiteit daarbuiten werkt vervreemdend. De auto’s lijken heel langzaam te gaan in een wereld zonder geluid.

Het is random noise of ruis, vertelt Schlicher als het licht weer aan staat: De interne ruis van het elektronische circuit, op verschillende manieren gemanipuleerd. Vertraagd. Verstoord.
Random noise wordt omgezet naar willekeurige data, die via schuifregisters door het systeem wordt geloodst en zo talloze parameters (inclusief de distributie van de data zelf) beïnvloedt, verbetert Schlicher:
Het gevolg is dat alles op losse schroeven komt te staan. Op onvoorspelbare momenten wordt een willekeurige data sequentie voor korte of langere tijd herhaald, waardoor de suggestie van structuur of regelmaat kan ontstaan. Dat kan een paar seconden duren of een kwartier, maar uiteindelijk valt elke ordening weer uit elkaar.
Hoe dan ook, de apparaten zijn sculpturen, geen instrumenten. Ze gaan hun eigen gang en worden niet door mensenhand bespeeld. Ze zijn autonoom, produceren een chaos die op de een of de andere manier op de chaotische achtergrond van de tekeningen van Schlicher lijkt, sterker nog, abstracter is dan zijn werk op papier.
De tekeningen waar Schlicher naar verwijst, hangen als de geluidssculpturen aan staan stil in het donker. Toen ik binnenliep in de ruimte keek ik er even naar: Een blauwe kabouter in een decor van krullen, krassen, strepen, zwart; een cabareteske figuur, een portret van een man, van een heer begeleid door een korte Duitse tekst, één enkel lang woord, de kop grijnst je toe… Voor Schlicher is er sprake van een nauwe samenhang tussen tekening en sculptuur. Later lees ik ergens dat hij in zijn academietijd zowel interesse had in multimedia, als in schilder en tekenkunst, maar levert die informatie nieuwe inzichten op om de samenhang tussen tekening en geluidssculptuur te begrijpen? De muzikale objecten vormen een gesloten circuit waarin geluiden opklinken. De verstoring werkt zo, dat er geen enkel herkenbaar patroon wil ontstaan. Dit heeft een vervreemdend effect, alsof je via je oren in een andere ruimte of dimensie verkeerd waarin enkel een stilte en chaos bestaat. De tekeningen daarentegen zijn chaotisch, verhalend, dat levert een vruchtbare waanzin op.

Als ik ‘vruchtbare waanzin’ schrijf, denk ik aan Mikhail Bakhtin, Rabelais and his World, en waarvan een belangrijk hoofdstuk The Grotesque Image of the Body heet. Ik denk aan het carnevaleske dat hij beschrijft en hoe alles wat fris en nieuw is, kan oprijzen uit de chaos van viezigheid, glutonisme (vraatzucht) en poep.
Ik denk aan de Dadaïsten, aan Alfred Jarry en OuLipo, maar ook aan American Psycho, dat boek van Brett Easton Ellis. Ik kocht het, vrij recent, maar kon het écht niet lezen omdat ik niet tegen horror kan, maar fascinerend vond ik het wel. [2] De verwijzing naar American Psycho lijkt niet willekeurig. De naam van het ‘sonic collective’ dat Schlicher sinds 2002 leidt. luidt Amerikan Teenager. Samen met enkele vrienden, waaronder zijn broer, worden audio, video-installaties gemaakt, performances gedaan, informatie bewaard (het collectief heeft ook een archieffunctie) en teksten geschreven.
Ik schrijf dit met Oorlog en monsters voor ogen, waarbij ik aan Goya denk, en aan de hybriden op Griekse vazen en de sierranden van zestiende eeuwse goblins. In het Zeeuws Museum kijk ik naar de zeeslagen tussen Prinsgezinden en Spanjaarden terwijl een suppoost me wijst op de brandende scheepjes die de buik van een moederschip moeten rammen. Hij vergelijkt ze met hedendaagse drones. Is er werkelijk (g)een overeenkomst tussen een maatschappelijke chaos en onderbuikgevoelens en de chaos van chips en techniek?
—
Sebastiaan Schlicher introduceert zijn werk met een lange reeks gedachten die hij met een gedicht besluit: Hij leest de necrologie van Arnulf Rainer die Milo Vermeire voor NRC-Handelblad schreef achterste voren voor. Autodidactische REBEL met fascinatie voor intuïtie, overgave en waanzin, kopt de krant.

The inarticulately van Sebastiaan Schlicher op 14 Maart 2026 vanaf 19.30 u.
Sebastiaan laat een aantal tekeningen zien plus drie Noise Machines: A-dynamic Mood Shifter nrs. II, III en IV de A-dynamic Mood Shifter nrs. II, III en IV treden op om 20.00 en 21.00 uur.
The Balustrade bevindt zich aan Ringbaan Oost 10 in Tilburg
Na de opening is de tentoonstelling op afspraak te bezichtigen tot 4 April 2026
[1] The Artist as Curator, Mouse Press, 2017
[2] De hoofdpersoon in het boek (Bret Easton Ellis, 1991) heet Patrick Batemann. Een aardig detail is dat Batemann de merknamen van alle kledingstukken kent van de mensen in zijn omgeving. Hij somt ze voortdurend op. Het is een monotoon, geruststellend geneuzel dat hem in trance lijkt te brengen. Ergens op de achtergrond waait de geest van Donald Trump in de rondte. Hij is in het boek het grote voorbeeld van iedereen. In de film (Mary Herron, 2000) wordt Batemann gespeeld door Christian Bale. Omdat ik de film niet heb gezien, denk ik niet aan hem, maar aan Leonardo De Caprio, omdat hij de hoofdrol speelt in The Wolf of Wallstreet (Martin Scorsese 2013). Ik denk dat ik Batemann sympathieker vind.

