33. Rien Monshouwer

Talloze afdrukken van allerhande schoenen in het zand. De foto spreidt zich uit over twee bladzijden van een krant. Een krant van 13 juni 2025. Onder de foto staat de volgende tekst: ‘Tasten naar een verloren landschap.’
Die foto emotioneert mij, en ik vermoed waarom. Je ziet niemand, maar er zijn daar
veel mensen aanwezig geweest. Veel mensen hebben daar hun afdruk achtergelaten, alsof ze willen zeggen: ‘Denk nou niet dat ik hier niet geweest ben. Denk nou niet dat
ik hier vreemdeling ben, hier ben ik thuis.’
Je ziet grote schoenen, je ziet kleine schoenen. Je ziet schoenen waarvan de afdruk boven op die van een andere schoen is terechtgekomen, of daar weer bovenop. Van de onderste schoenen zie je nog maar een restant van een afdruk. Een spoor van een spoor. Een vage indicatie van toen jij daar liep. Toen er daar op het strand vanaf een boot geschoten werd, en het misschien wel jij was, die daar zou gaan vallen. Weerloos slachtoffer van onverschillige kogels.

De laatste dichtbundel van Mahmoud Darwish ‘Het vlindereffect’ wordt besproken.
Kent U Mahmoud Darwish niet? Maakt niet uit, ik zal U voorstellen; hij was zeven jaar toen de staat Israël werd gesticht. Het gezin Darwish vluchtte naar Libanon. Een paar jaar later keerden zij terug naar hun ouderlijk dorp. Dat bestond niet meer, was verwoest, er stonden nu twee Israèlische nederzettingen. Zij eindigden toen bij familie in een naburig dorp.
Ik zag een foto van een oudere Palestijnse vrouw, die op haar knieën huilend een olijfboom omarmd. Israëlische soldaten hakken veel olijfgaarden om, daarmee beroven zij de Palestijnse boeren van hun dagelijks brood.
Op m’n ouwe dag moet ik weg. ‘Waar moet ik dan naartoe?’ heb ik gevraagd, ‘ik heb niets en niemand om naar toe te gaan, die er nog zijn, wonen allemaal hier. Dit is waar we geboren zijn. Dit is waar mijn familie al sinds mensenheugenis woont.’
‘Dat is mijn probleem niet’, was het korzelige antwoord.

2

Alsof dat schoongeveegde zand en de geschiedenis van dat zand elkaar uitsluiten. Juist dat zand. Dat zand dat zoveel in zich verborgen houdt.
Dat zand dat zoveel weet, dat zoveel te vertellen heeft.
Juist dit zand.
Dit zand aan het strand.
Het zand dat de doden opvangt, nadat ze door een kwaaie boot op zee neergemaaid zijn.
Dood, maar opgevangen.
De reden?
Dat ze de vijand zijn!
Hebben ze iets gedaan?
Nee, ze hebben niets gedaan.

3

Je ziet ze zich, zo hard mogelijk rennend, naar het voedseluitdeelpunt spoeden.
Er is bloem vandaag!
Dan knetteren de mitrailleurs van de tanks. Er vallen veel doden. Neergemaaid. Neergemaaid liggen ze daar, niet al te ver van elkaar. Alsof ze elkaar niet uit het oog mogen verliezen.
Ze zijn plotsklaps doodstil. Het geluid durft haar mond niet open te doen, zo stil is het.

Dan begint er iemand te gillen.
Een schreeuw die de Goden verbijstert.
Iemand rent met een slap hangend kind voorbij.
De camera registreert.

Ik zit, met een glas port, en in een comfortabele fauteuil, naar de televisie te kijken.
Dat is zo, om zes uur ‘s avonds, mijn gewoonte en daar wijk ik niet graag van af.

Den Haag, 18 juni 2025


Columns van Rien Monshouwer & Saskia Monshouwer – schrijvers met dezelfde achternaam, maar we zijn geen familie. We zijn naamgenoten, ‘tocayo’ in het Spaans. Ik kom dat woord tegen in een brief van Vibeke Mascini, onderdeel van haar correspondentie met Ella Finer, gepubliceerd onder de titel Silent Whale Letters. Dat Rien en ik besloten hebben om te corresponderen, heeft te maken met onze voorkeuren. Rien is beeldend kunstenaar met een grote liefde voor literatuur. Ik ben een critica met een grote interesse in literatuur en beeldende kunst. Zijn wij de helicopter en de walvis van Vibeke Mascini? Zijn wij de paraplu en de schrijfmachine op de ontleedtafel? Welke frequentie gaat de bandbreedte van onze correspondentie bepalen?



top of page