34. saskia monshouwer

Amsterdam, 7 augustus 2025

Lieve Rien,

Pfff. Nadat ik de laatste twee columns van je geplaatst heb, besloot ik om een antwoord te schrijven op grond van teksten van Elizabeth Bishop en Clarice Lispector die ik de afgelopen weken gelezen had. Daar ben ik lang mee bezig geweest, en ik hoop dat het gelukt is om een behoorlijk stuk te schrijven.

Schrijven is lastig en de lengte van een stuk, kort – zoals de nieuwe stukken van jou – of lang, zoals mijn experiment heeft iets te maken met verhoudingen en formaat. Het zit in je vingers, die lengte. De lengte van je zinnen, van je alinea’s, ze komen niet zomaar overeen met de lengte van je gedachten, het zijn vormen die zich aan je opdringen en soms, heel soms ben je het daar niet mee eens en verzin je iets nieuws. Zie daar Habakuk prophesying doom. Het is een antwoord op jouw stukken die me vaak verbazen en in zekere zin ontroeren omdat jij je zo persoonlijk en direct betrokken kan voelen bij onrechtvaardige, gewelddadige dingen die gebeuren in de wereld. Als je leest verbindt je de woorden vaak met iets wat je zag op het nieuws. Het is niet te geloven hoeveel zekerheden en halve zekerheden inmiddels afgebroken zijn, alsof de remmen los zijn, de kabel gebroken en de wereld met een rotvaart over alle grenzen heen dendert. We kunnen weinig doen. Toekijken. Aanpassen. (Je past je gemakkelijker aan geweld en gevaar aan dan je denkt, je kan immers niet anders.) Een rode lijn trekken? Dan gaan ze daar ook weer overheen. Wat me zorgen baart op een manier dat ik er stil van word is wat we vaak de verrechtsing noemen. Iets wat te maken heeft met economie, nationalisme, en een politiek waarin een groep bepaalt dat de ellende van grote groepen mensen een soort collatoral damage is, als je niets te verbergen hebt, als je hard werkt zou je dat niet overkomen. Het is een nieuw fascisme, en een vertrouwde, gemakzuchtige vorm van fatsoen. (fascisme en fatsoen hebben veel met elkaar te maken. Weten dat je zelf fatsoenlijk bent, terwijl de ander dat niet is, is een van de kerngedachten.)

Zag je Hannah Arendt op t.v. bij Zomeravonden? Wat een geweldig fragment. Ik was me er niet van bewust dat zij zo sterk tegen groepsnormen ageerde, nationalisme, canon, vader- of moederlandsgevoelens. Ik was ook onder de indruk hoe ze aan simpele tweedelingen in het denken ontsnapt. Ja, je kunt tegen groepen zijn, en toch begrijpen dat de staat Israël moest worden opgericht: de vrijheid wordt duur betaald. Ik heb genoten van de briefwisseling van Arendt en Mary McCarty, een Amerikaans schrijver waar ik overigens nog nooit iets van gelezen heb. Arendt is ook een hele goede vriendin, gewoon een aardig mens. Dat is goed om te weten, en wat ik leerde van de correspondentie is dat het heel veel geduld en moeite kost om boeken te schrijven. Beide schrijvers beklagen zich in de correspondentie over alle avonden en middagen dat zij opgesloten zaten in hun kamer. Hard werken moet je leren, en blijkbaar heeft een van de mannen van Mary McCarty haar gepusht om zover te komen. Ach!

Ja, ik denk echt dat we in Nederland en de VS tegen een nieuw fascisme aankijken, toch kan ik niet direct reageren. De barricaden op? Ik zou niet weten waar zij zich bevinden. Protesteren heb ik altijd een merkwaardig verschijnsel gevonden. Ik liep niet mee met de protestmars tegen de atoombom, ik loop niet mee in marsen tegen het geweld in Palestina. Ik doe andere dingen, waar ik nu zeker niet op in zal gaan, en ik denk dat het goed is als iedereen op een eigen manier nadenkt en kijkt wat hij of zij kan doen tegen onrecht.

Dat er veel verschillende manieren zijn om op onrecht te reageren fascineert me. Daar komt het lange stuk vandaan. Ik wil het niet laten bij de opmerking dat ik schrijver ben, en wel op die manier mijn bijdrage lever. Dat vind ik nét iets te eenvoudig. Ik vind het ook interessant om na te denken waarom jij reageert zoals jij dat doet; J. op internet hele andere berichten bekijkt als ik en op zijn manier de wereld ordent; en om mezelf te bevragen waarom ik blijf twijfelen. Mijn twijfel is gebaseerd op een oprecht geloof in mensen. (Een geloof dat ongeveer even groot is als mijn wantrouwen en afkeer.) Ik zie altijd de mensen, ook in het land van de vijand, die nadenken, goed zijn en niet zomaar mee willen doen. Ik begrijp best dat je er daarmee niet bent, en als het nodig zou zijn, zou ik vechten. Ik wil overleven en ik houd van de mijnen. Maar, om diezelfde reden de politiek in te gaan… Daar zit mijn twijfel.

Nou goed, ik was blij met de titel van mijn stuk. Vond ik in een brief van Elizabeth Bishop. (Schrijft overigens hele mooie brieven, is naast de correspondentie van McCarthy en Arendt een van de leukste boeken die ik de laatste tijd gelezen heb.) Ken jij Habakuk? Ik ben zelf niet zo bijbel vast, maar het is een aantrekkelijke naam. De Nederlandse dichter H.H. ter Balkt noemde zichzelf ook wel Habakuk II de Balker.

Bij deze dus een wat opstandige brief en een lang stuk. Ik hoop dat je het leuk vindt. Het is fijn om soms je enthousiasme en verbazing over schrijvers te delen. Het is natuurlijk niet zo dat er een directe lijn is tussen Brazilië in de jaren vijftig en zestig en Nederland of de V.S. nu. Maar close reading geeft wel enig inzicht in de ethiek van mensen in een complexe, instabiele politieke situatie. Als je hier klikt kom je bij het essay Here is Habakuk prophesying doom.

Kus! Ik verheug me erop om je binnenkort te zien, en met al die andere schrijvers te spreken en te eten.

Groet, Saskia


Columns van Rien Monshouwer & Saskia Monshouwer – schrijvers met dezelfde achternaam, maar we zijn geen familie. We zijn naamgenoten, ‘tocayo’ in het Spaans. Ik kom dat woord tegen in een brief van Vibeke Mascini, onderdeel van haar correspondentie met Ella Finer, gepubliceerd onder de titel Silent Whale Letters. Dat Rien en ik besloten hebben om te corresponderen, heeft te maken met onze voorkeuren. Rien is beeldend kunstenaar met een grote liefde voor literatuur. Ik ben een critica met een grote interesse in literatuur en beeldende kunst. Zijn wij de helicopter en de walvis van Vibeke Mascini? Zijn wij de paraplu en de schrijfmachine op de ontleedtafel? Welke frequentie gaat de bandbreedte van onze correspondentie bepalen?

top of page