36. saskia monshouwer

Lieve Rien,

Ik had me voorgenomen om meteen even iets te laten weten over de bijzondere schrijverslunch van afgelopen zaterdag. Uiteindelijk is inderdaad alleen de uitnodiging door jou al een eer; samenkomen in jullie gastvrije huiskeuken om te praten en soep te eten is geweldig leuk, en ik denk dat we als gasten dat gevoel delen. Het is een belangrijk ingrediënt van het succes. Daarnaast gaat het natuurlijk ook om de waarde van de gesprekken. Ook die zijn interessant – een minestrone. Er is een boventoon, we beantwoorden vragen van elkaar, proberen onze interesses te formuleren en onderbouwen. Er is een ondertoon, waarmee ik niet alleen doel op de mogelijke verborgen bedoelingen en bijbetekenissen (de sub-tekst), maar ook op de aangename langere en kortere gesprekken één op één, als het grote gezamenlijke gesprek verstomt is.

Naar aanleiding van opmerkingen over het belang van vertalen en – dat is in dit geval correcter – het lezen van meerdere talen, wijst Els mij op Crow van Ted Hughes. Zij las het gedicht in het Engels en het Nederlands, en of je die tweetaligheid nou gebruikt om het Engels beter te begrijpen of om van mooi Nederlands te genieten, we zijn het er uiteindelijk over eens dat tweetaligheid je beleving van literatuur verruimt. Fijn, zulke gesprekken. Dat heb ik nodig, want meertaligheid ontroert me en ik onderzoek nog steeds waarom dat zo is.

Ik met mijn wat cholerische gemoed druk er vaak mijn afkeer van nationalisme mee uit. Het idee van een vaderland en een moedertaal haal ik graag onderuit. Zonder dat ik wil ontkennen dat de talen die je vroeg leert spreken en met (ouderlijke) intimiteit verbindt, waarschijnlijk het meest vertrouwd voelen. Maar er is meer dan dat: Is het niet ontroerend dat taal niet zomaar één ding is? Dat er gesproken taal is en geschreven taal bestaat? Dat er verschillende soorten schrift zijn, alfabetten en karakterschrift. Dat geschreven en gesproken woorden neigen naar beeld, maar ook naar geluid. De Schotse antropoloog Tim Ingold laat aan de hand van historische voorbeelden zien dat in de Middeleeuwen teksten vaak gezongen werden, niet zomaar werden voorgelezen zoals nu. (Dat, dat wat geschreven wordt en achteraf als statisch en monolithisch wordt ervaren, zich ontwikkelde vanuit gezongen en gesproken taal, uit iets wat vluchtig en beweeglijk is.) Het  statische beeld van geschreven tekst ontwikkelt zich pas later. Ik verdwaal graag in de mogelijkheden die taal te bieden heeft, wat overigens terugvoert naar mijn fascinatie voor modernismen.

Moderne kunst, muziek en literatuur van Schwitters en LeWitt, tot Nagtzaam en Quist vertegenwoordigen meer voor mij dan een breuk met het realisme en de regels uit de negentiende eeuw. Het gaat mij niet om die breuk als ontsnapping: om het gegeven dat er geen regels, geen realismen, geen klassieke rijmvormen of verhalen meer zouden zijn. Ik formuleer de eigenschappen van modernismen liever positief. Moderne kunst als onderzoek naar de grenzen en dus de fundamenten van taal, beeld en muziek. Dit inzicht in de fundamenten van media kan je als vrijheid ervaren. Ik bewonder dit vermogen van kunstenaar om ‘buiten de box’ te denken. Het getuigt van inzicht, lef, intelligentie, creativiteit, humor, is soms licht, soms zwaar, altijd menselijk. Ach. Rikke Tikke Tikke Tik. Maak ’n dansje. Noem maar op…

Ik schreef enkele jaren geleden een kort artikel over H.N. Werkman (dat was ik helemaal vergeten) – en dacht over zijn gebruik van drukletters na. Werkman schijnt een aardige collectie internationale modernistische tijdschriften in bezit te hebben gehad. Ik koppelde mijn onderzoekje aan een recensie van de uitstekende bundel modernistische gedichten van Hubert van den Berg en Geert Buelens: DAN DADA, Doe uw werk! Nog meer lettertjes. Van Werkman o.a. opgenomen MD231 (1924), en J&J en Vanité (beide gedichten in kleur, beide 1924). Dan Van Doesburg, alias I.K. Bonset en vele anderen. Dat was de eerste keer dat ik me ten volle besefte hoe gevarieerd het spel met woorden en letters kan zijn. Het kan beeldend zijn, kleur, vorm, bladspiegel en muzikaal: klank, rijm, ritme et cetera. Als je grenzen en uitersten zoekt, kom je vaak bij fundamentele eigenschappen van de media die je gebruikt terecht. Dat schept mogelijkheden. Die mogelijkheden kan je als vrijheid ervaren, als ruimte.

Met beeld en taal kan je verslag doen van iets. Ik denk aan de boeken van Frans Lampe.
Met beeld en taal kan je een droom-constructie maken. Dan denk ik aan die mooie sculptuur van jou die je midden op tafel plaatste – wat een goed ding! Het is niet alleen een architecturale of sculpturale constructie, het is een driedimensionale versie van een woord. Het staat als een huis en spreekt. Het beeld schreeuwt. Lekker ambivalent. Zoals dat hoort bij goede beeldende kunst.  

Ambivalentie, gelaagdheid, meerduidigheid. Zijn dat niet de eigenschappen waar we naar streven? Jij sprak als ik het me goed herinner over een tussengebied. Zo’n gebied bestaat bij gratie van grenzen en meerduidigheden. Het is in de kunst zo belangrijk omdat we toch het dat willen zeggen en uitdrukken dat ‘onzegbaar’ is. Dat onzegbare en soms onzichtbare kan zich ook tussen verschillende talen bevinden. Meertaligheid helpt met andere woorden mee aan het besef dat je niet zomaar alles uitdrukken kunt. Veel van wat je wilt uitdrukken bevindt zich ergens tussenin. Soms tussen twee talen, en dan is er geen sprake meer van een eenvoudige hiërarchie (moedertaal, vaderland). Julia Kristeva beschrijft aan de hand van de herinnering aan een kinderviering van het cyrillische schrift hoe ze van haar vader leert lezen. Ze probeert haar kinderbesef van de betekenis van woorden en letters te analyseren. Ze verklaart daarmee hoe belangrijk ze taal vindt en schrijven. Dergelijke beschrijvingen zijn mooi en ontroerend. Zo.

Ik ben een kletskous, sorry. Maar wil zo graag delen. Onderzoek is herhalen om door te dringen. Kleine stukken tekst begrijpen. Waarom ben ik ontroert? Niet om mezelf te begrijpen. Niet van belang. Ik gebruik mezelf en mijn associaties als instrument, als een soort wichelroede om iets uit zo’n tekst te peuren dat ik zo mooi en bijzonder vind dat ik het delen wil.

Hiroshima Mon Amour

De dag na onze literatuurtafel ga ik naar de film. Hiroshima Mon Amour, een film van Alain Resnais naar een script van Marguerite Duras. Wou de film zien omdat ze in de biografie van Georges Perec regelmatig genoemd wordt. De beelden staan los van de tekst die gedeeltelijk door een voice-over wordt ingesproken. De stem verbindt scenes die op verschillende tijden en locaties plaatsvinden.

Er is Japan Nu. vertegenwoordigt door een ontmoeting tussen de hoofdpersonages. Zij is actrice en speelt in een film over het vallen van de atoombom en de consequenties. Hij is een architect. Ze worden verliefd op elkaar en slapen in een modern hotel, betonbouw, dat New Hiroshima heet. Er is Frankrijk Toen. Gaandeweg onthult de vrouw een deel van haar verleden dat zich afspeelt in Never, Frankrijk. Zij had als jonge vrouw in de oorlog een relatie met een Duitse soldaat.

Er zijn twee redenen waarom biograaf David Belos deze film belangrijk acht voor Perec; vanwege de montage en de manier waarop tekst en beeld los van elkaar functioneren (‘versplinterde tijd’ schrijft een Volkskrant journalist) en vanwege het centrale motief dat Perec in de kaart speelt, herinneren en vergeten.

Ik vind de film mooi. Ben onder de indruk beelden van de gevolgen van het gebruik van atoomwapens. Een waarschuwing voor atoomgeweld lijkt me op dit moment wel relevant. Verder komen er prachtige beelden van de oevers van de Loire voor in de film. En ik hou van de hoofdrolspelers, Emanuelle Riva en Eiji Okada. Geen van beide heeft een perfect gebit. Riva heeft een scheve voortand. Vloek van deze tijd: Altijd diezelfde rechte witte tanden. Blond haar. Blakend van gezondheid. Ik kijk met veel plezier naar haar kleding. Ze draagt tegen het einde van de film een lange witte kokerrok, waarschijnlijk van linnen. Er hoort een kort wit jakje bij, dat op haar heup rust. Mooier nog is het witte katoenen bloesje dat ze draagt, met een klein kraagje en ingeregen korte mouwen. Ik vind haar erg mooi en ben opgelucht dat ze geen cliché is, maar echt. De rok niet te strak, maar een beetje losjes gerimpeld. Oh, ik heb zoveel moeite met de manier waarop in films en in het straatbeeld tegenwoordig alles strak getrokken wordt. De wereld en haar geschiedenis definitief verbeeldt als karikatuur.

Amsterdam 29 augustus 2025

top of page