41. Rien Monshouwer

1.
Nu Rob de Wijk, vanaf 2007 directeur van Den Haag Centrum voor Strategische Studies, ons duidelijk heeft gemaakt dat wij van Amerika als bondgenoot af moeten, en wel omdat dat land volkomen onbetrouwbaar is gebleken in de NATO, kunnen we Trump en consorten eindelijk bij hun nekvel pakken, en eenvoudig de waarheid zeggen: ‘Dacht jij nou dat de Wereld regeren zoiets is als roepen wat jij wilt, wat jou nogmaals rijker en machtiger maakt? En daarvoor je medemens de prijs laten betalen. Nou, mooi niet, gozer.’

Is dat zo? Durven we dat? Of, blijven we de ‘soepele’ diplomaten, die we al eeuwen zijn, met als voorganger onze eigen bovenstebeste Mark Rutte. De beroemde (beruchte?) VOC mentaliteit als leidraad, zo juichend aangeprezen door toenmalig premier Balkenende (1956), die maar het liefst de gulden middenweg koos. Belangen eerst, principes later. Erst kommt das Fressen, dann die Moral, zou Bertolt Brecht (1898-1956) zeggen.

Met pijn en angst in je hart sta je in de wereld. Ja, je bent kunstenaar, en ja, je zou willen dat jouw ‘rake’ kunstwerken de weerzinwekkende machtsspelletjes van de huidige morbide wereld zou kunnen ‘uitschakelen’. Als een effectieve vuistslag. Bijvoorbeeld, zoals de Chileense kunstenaar Alfredo Jaar (1956) dat een aantal keer gelukt is met zijn kunstwerken, zoals het Rwanda Project. Maar, niet alle kunstenaars ambiëren dat. Er zijn, en waren, niet voor niets kunstenaars die de stelling verdedigen dat kunst (in z’n algemeenheid gesproken) niets kan veranderen aan de gruwelen van de wereld. De kunst kan zich wel inzetten bij de verdediging van de Schoonheid, die eeuwenoude dwarsligger bij de verwoestende krachten van de Wereld. En ook in mijn eigen kunst lukt het me maar moeizaam om ‘relevant’ te zijn. De kunst moet ook dwars, bitter en vol pijn kunnen zijn, indien nodig. Ook de mijne.

En nu, in deze zéér wrede tijden, zijn we opgescheept met twee, volkomen onnodige oorlogen, die honderdduizenden mensenlevens kosten. Gevoerd door tirannen als Poetin en Netanyahu, puur uit machtswellust. Puur uit dwaze haat, en nostalgisch terugverlangen naar een orde die niet meer van deze tijd is. Dit reactionaire, patriarchale (met kleine letters) verlangen om definitief de geschiedenis terug te draaien, en naar jouw tirannenhand te zetten, is niets ontziende terreur. Of erger nog; zoals Trump het formuleerde: ‘Je hebt twee soorten mensen, man en vrouw. Basta!’ Alsof hij daar iets over te zeggen heeft! Én, tevens een levensgrote demonstratie van hoe dom een mens kan zijn!

2

Als de kunst ons een wrede spiegel voorhoudt, die de nodige woede oproept, zoals dat gebeurt bij Orlan (1947) de Franse kunstenaar, die haar gezicht al tientallen jaren letterlijk fysiek laat veranderen, zodat haar uiterlijke identiteit permanent ‘on the move’ is, en geen uitdrukking meer is van ‘wie zij is’. Zij Een vlammend protest tegen de tweederangs rol voor ‘de vrouw’ in onze samenleving. Een uitdrukking van permanente vernedering, die al door de filosoof Simone de Beauvoir (1908-1986) in ‘de tweede sekse’ (1949) diepgaand geanalyseerd en bekritiseerd was. Al vanaf 1964 toont de toen zeventienjarige Orlan, toen nog Mireille Porte geheten, in niets onthullende performances, duidelijk hoe zij de rol van de vrouw ziet. Choquerend, zeker voor die tijd, en taboe doorbrekend. De  operatieve zelfmutilaties, die zij onderging, en dat een flink aantal keer, is en blijft een zéér radicale daad, waarbij het persoonlijke wel zéér politiek wordt. Jij, Mireille Porte, wordt letterlijk het object, jij bént het kunstwerk. Jij bent de ontheemde, de van haar lichaam beroofde, en daarmee illustratie van De Beauvoir’s moedige boek, waarbij klassieke  mannelijkheid en macht op uiterst kritische wijze doorgelicht worden, en naar de schroothoop der geschiedenis verwezen.

Hoeveel kunstenaars hebben zichzelf niet ‘tentoongesteld’. Ikzelf was getuige van een
performance van de Poolse kunstenaar Jerzy Beres (1930-2012) ,in de Appel in 1979
in Amsterdam. Wij als publiek, stonden daar in die zaal rondom hem gegroepeerd, terwijl hij rustig zijn kleren uittrok, rondom zich legde en er op ging liggen, als op een nest. Ik was diep ontroerd. Maar ook onthutst, door de confrontatie met deze ‘oudere’ kwetsbaarheid. De naakte ‘oudere’ mens tegenover de onverschillige wereld, hoewel daar in de Appel van harte welkom. Ik was toen zelf voor in de dertig, en nog lang niet oud, en als kunstenaar zelfs relatief jong. Het was een intense ervaring. Eens te meer besefte ik mij hoe snel je ‘oud’ bent. Of verklaart wordt. Beres was rond de vijftig, en ikzelf nog geen twintig jaar jonger, en toch ervoer ik hem als iemand van een andere generatie. Dat klopte ook in een aantal opzichten; hij was getuige van de Tweede Wereldoorlog geweest. Een Pools kind in Polen, waar de Grote Oorlog zo verschrikkelijk veel kapot gemaakt heeft, zoals op een haar na, het gehele Joodse leven.

Ik ben nu een paar jaar jonger dan Beres ooit geworden is, in november wordt ik 78 jaar, vijf jaar jonger dan hij ooit geworden is. Niet dat iemands leeftijd er iets toe doet. Deze Wereld is geen wedstrijd in leeftijd, hooguit een beschrijving van individueel en collectief gedrag. Deze Wereld is een kleine, kwetsbare planeet in één van de vele zonnestelsels. Alleen, sommige mensen doen daar hoogdravend over, en pochen over zichzelf alsof zij iets ‘betekenen’. Beres heeft mij laten zien hoe onzinnig dat is.

Den Haag, 11 september 2025


Columns van Rien Monshouwer & Saskia Monshouwer – schrijvers met dezelfde achternaam, maar we zijn geen familie. We zijn naamgenoten, ‘tocayo’ in het Spaans. Ik kom dat woord tegen in een brief van Vibeke Mascini, onderdeel van haar correspondentie met Ella Finer, gepubliceerd onder de titel Silent Whale Letters. Dat Rien en ik besloten hebben om te corresponderen, heeft te maken met onze voorkeuren. Rien is beeldend kunstenaar met een grote liefde voor literatuur. Ik ben een critica met een grote interesse in literatuur en beeldende kunst. Zijn wij de helicopter en de walvis van Vibeke Mascini? Zijn wij de paraplu en de schrijfmachine op de ontleedtafel? Welke frequentie gaat de bandbreedte van onze correspondentie bepalen?

top of page