42. Rien Monshouwer

Zou ik dat kunnen; een leven zonder boeken? Of, stap je dan in een huiveringwekkende afgrond, waarin het eindeloos vallen is. Een holle klankkast zonder einde? Twee zinnen en de nachtmerrie is compleet.

Op de tafel, links van mij, ligt het boek van Italo Calvino ‘een dag op het stembureau’,  vorige week van Karin gekregen, even voor de verkiezingen van vorige week woensdag. Het lag, in mooi cadeaupapier, op onze keukentafel. ‘Is dat voor mij?’, vroeg ik enigszins overbodig. Het klonk als de vraag van een nieuwsgierig kind, maar het betreft hier een wat kinderlijke man die binnenkort 78 wordt. Een man die
dol is op het oeuvre van Italo Calvino, hij kan er geen genoeg van krijgen!

Die verkiezingen van vorige week zijn, op z’n minst gezegd, onverwachts verrassend verlopen. De algehele verwachting was dat links een flinke stap naar voren zou doen, maar rechts houdt goed stand. Met name het door de VVD beloofde behoud van de hypotheekaftrek leverde die partij geen windeieren op. Erst komnt das fressen, dann die moral, zou Bertold Brecht zeggen.

En nu sluit diezelfde VVD, bij de politieke verkenningen, een samenwerking met de PVDA/GroenLinks bij voorbaat uit, zodat het er naar uitziet dat er opnieuw een coalitie over rechts in het verschiet ligt. Nederland dreigt opnieuw in een sompig rechts moeras te verzuipen. Na de totale incapabele chaos van de vorige, uiterst rechtse ‘regering’, zitten we opnieuw met de gebakken peren, en gaan we waarschijnlijk weer een periode van neo-liberaal geharrewar tegemoet. Het kinderspelletje heet: Ik wil niet met jou, omdat jij stom bent! Is Nederland nog politiek volwassen te noemen?

Als naïeve kiezer kijk je naar in verbijstering naar het krankzinnige toneelstuk, het lijkt wel een tragi/komedie van Samuel Beckett. Wachten onze politici op Godot? Weten ze dan niet dat de boodschapper vanavond komt zeggen dat Godot vandaag geen tijd heeft, maar morgen ongetwijfeld wel.

Amerigo kijkt, soms protesterend, maar meestal gelaten toe naar de gedragingen van het stemvolk in ‘zijn’ stembureau, een daartoe opgetuigd lokaal in de grote psychiatrische instelling Cottolengo in Turijn, en dan met name naar de gedragingen van hun begeleiders, de nonnen en de priesters. Deze mensen, anders gezegd ‘ de gekkies’ de inwonenden van deze instelling, hebben vandaag een bijzondere dag,
zij gaan vandaag stemmen. Met hulp van hun verzorgers; de nonnen en priesters, hun ideologische influisteraars, wat betreft hun stemgedrag. Wat gaan ze vandaag eendrachtig stemmen: de christen- democratische partij natuurlijk, wat anders?

Amerigo Ormea, is stemopnemer in een lokaal dat opgenomen is de contouren van de grote religieuze psychiatrische inrichting Cottolengo, in het noorden van Turijn. Mocht U niet op de hoogte zijn, we zijn belandt in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. De oorlog, en het fascisme in Italië hebben we nog niet zo lang geleden, achter ons gelaten. Mussolini en vriendin Clara zijn, met een paar handlangers, aan hun voeten opgeknoopt. Amerigo is communist, en heeft in het verzet gezeten. In Italië heeft men zo z’n eigen opvattingen over communisme, laten we zeggen dat het beleden wordt met een zonnige touch, met een goed glas wijn, het leven moet tenslotte geleefd worden! Maar, de macht is nog steeds dubbeldik in handen van de Rooms-katholieke Kerk en haar wereldse neef: de Christen Democratische Partij, waarop vandaag door ‘de Gekkies’ van het Cottolengo gestemd gaat worden. Eenvoudig omdat God, anders gezegd, de Nonnen en Priesters, dat willen.

In het voorlaatste hoofdstuk beschrijft Italo Calvino, de beroemde schrijver van de ‘onzichtbare steden’, in zijn hoedanigheid als Amerigo zijn gang, in gezelschap van een afvaardiging van de stemlokaal commissie, naar de duistere krochten van de inrichting Cottolengo. Daar waar zij wonen die niet zichtbaar zijn, die nooit zichtbaar zullen zijn. Omdat ze niet ‘toonbaar’ zijn. Omdat ze wel eens waar ‘in leven’ zijn, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Zij bestaan alleen dankzij de genade van hen die
hen permanent verzorgen. Zij zijn de schaduwen van de langgerekte schaduw van het menselijk bestaan. Zij kunnen alleen met afgekeerd hoofd en dichtgeknepen ogen en neus in de taal ondergebracht worden. Deze klompen vlees die met vreemde klanken, of juist door doodstil en apathisch te zijn, hun aanwezigheid verbijsterend voelbaar maken. Ook deze ‘individuen’ moeten hun stem uitbrengen, al wordt hun stem door hun verzorger op papier gezet, eenvoudig omdat het hen aan armen en handen ontbreekt. Maar ja, ‘God’ wil het! Ja, dat weten wij héél zeker, God wil dat de overwinning naar de Christendemocraten gaat, en niet naar de Communisten. Dáár steken wij onze handen voor in het vuur. Het Heilige Vuur!

Gadverdamme, wat stinkt het hier naar kots, pis en stront. Ik moet hier weg, anders kots ik hier alles nogmaals onder!

Den Haag, 6 november 2025


Columns van Rien Monshouwer & Saskia Monshouwer – schrijvers met dezelfde achternaam, maar we zijn geen familie. We zijn naamgenoten, ‘tocayo’ in het Spaans. Ik kom dat woord tegen in een brief van Vibeke Mascini, onderdeel van haar correspondentie met Ella Finer, gepubliceerd onder de titel Silent Whale Letters. Dat Rien en ik besloten hebben om te corresponderen, heeft te maken met onze voorkeuren. Rien is beeldend kunstenaar met een grote liefde voor literatuur. Ik ben een critica met een grote interesse in literatuur en beeldende kunst. Zijn wij de helicopter en de walvis van Vibeke Mascini? Zijn wij de paraplu en de schrijfmachine op de ontleedtafel? Welke frequentie gaat de bandbreedte van onze correspondentie bepalen?

top of page