Lieve Rien,
Na de vorige brief waarin ik ook over Els gesproken heb nog een tweede, weer over literatuur. Jij schrijft regelmatig over de boeken die je leest en ik vind het ook fijn om dat te doen. Ik vind het fijn, maar schaam me ook een beetje, omdat ik veel lees, omdat ik een voorkeur heb voor moeilijke boeken en teksten die ik lees, ook als ik ze niet helemaal begrijp en ik voel me altijd wat onzeker omdat ik niet weet of het duidelijk is dat ik eigenlijk een ‘programma’ volg, dat er enkele specifieke onderwerpen zijn die mijn interesse hebben en waar ik korte, maar zeer intensieve onderzoekjes naar doe: Ik doe een onderzoek naar de betekenis van vrijheid, naar de bewegingen en invloed van mijn lichaam, jouw lichaam (dat van de ander bedoel ik dan) en ziekte, naar dichtkunst en literatuur, naar dag, stad en droom.
Zoals ik al in de vorige brief schreef, literatuur is belangrijk voor mij en dichtkunst bleek onvermijdelijk. Er is iets in gang gezet door de nauwe band tussen de dichtkunst en de conceptkunst uit de jaren 60 en 70 waarin de fundamenten van taal, politiek en leven bevoelt en bepotelt worden: begrippen als ‘ritme’ en ‘meerstemmigheid’ resoneren en ik verdiep me in de bijzondere relatie van spreektaal en schrijftaal, van voordracht en leven. Ik wil mijn nieuwe ontdekkingen nog een keer aan je voorleggen. Met om te beginnen een staartje Jane Bowles vanwege haar fantatische personages en dialogen. Hoe zit dat met Bowles en Tanger vroeg ik me af.
Ik wist dat Nordin Lasfar een documentaire maakte over de relatie van Mohammed Mrabet en Paul Bowles. Nu bleek dat ik die thuis kon bekijken via NPO-Plus: heel mooi, ontroerend, wrang, fantasievol en informatief. Met het bekijken van de documentaire sluit ik mijn onderzoekje naar Jane Bowles en de kringen waarin ze verkeerde voorlopig af. Het is duidelijk dat het exotisme van de Amerikaanse intellectuelen waarmee ze bevriend was giftige kanten heeft. Hun interesse voor het exotische is direct verbonden met hun obsessie met normaliteit en gekte. In de documentaire laat een van de sprekers op een gegeven moment het woord ‘primitief’ vallen, terloops, maar met een air van precisie als hij spreekt over Marokko, haar bevolking en Mrabet. Primitief, de Amerikaanse intellectuelen leggen een nieuw, niet-Europees primitivisme aan de dag. Primitief is alles wat zij niet zijn: is vrouw, niet man; is gek, niet normaal zoals blijkt uit Heroines van Kate Zambreno. Zij – de Amerikanen – zijn uniek. De ander is gek en vormt het decor, is de massa.
Misschien is dit allemaal al lang bekend, maar de houding van Amerikaanse (en Engelse) intellectuelen in de jaren vijftig en zestig is nieuw voor mij omdat ik relatief weinig Engelse en Amerikaanse literatuur gelezen heb. Ja, ik heb The Wasteland van T.S. Eliot in de kast staan, maar ik ben er nu pas toe om na te denken over dit gedicht. Ik denk na over de nabijheid van de film voor Amerikaanse schrijvers en dichters (denk aan Tenesee Williams) en alles wat eigenlijk ook achter Hollywoodsuccessen schuilt, zoals sociale onvrede, homoseksualiteit en hoogmoedswaanzin. Het gaat om meer dan communisme en linksverwant denken, dus (het gaat over vercommercialiseren van cultuur, de overtuiging dat publicatie en bereik het ultieme doel is).
—
In het verlengde van mijn lezen van de werken van Jeroen Mettes (zijn gebundelde internetteksten en zijn gedicht) luister ik naar het interview van Robert van Altena (Springvossen) en Samuel Vriezen. Vriezen maakte de muziek bij de podcast over Mettes. Als ik zijn website bekijk zie ik een artikel dat ik eerder las over het ineenstorten van de (gesubsidieerde) muziekwereld en een commentaar op Mettes N30. Het werd in 2018 geschreven 10 jaar na Mettes’ dood. Ik wil het hier over Vriezens prijswinnende De harmonie der scheuren hebben dat ik naar aanleiding van dit interview kocht, maar kan het niet nalaten ook nog even naar Mettes terug te keren. Ik las N30 snel en intensief en bleef met vragen en opmerkingen achter. Vriezen lijkt een antwoord te geven. Wat is N30 nou precies, een geniaal of een onaf gedicht? Ironisch is het zeker niet. Ik ervoer het lezen ervan als ontluisterend. Dat had iets te maken met de kwaliteit van het gedicht. De tekst is bijzonder en inspireert, maar het werkelijkheidsgehalte heeft ook iets shockerends. Het lezen van Zelfportret en Zelfmoord van Édouard Levé, had een soortgelijk effect op mij. Ik weet niet wat ik daarmee moet,die directheid. En laat ik het bij Mettes houden, zijn ideeën, essays en poëzie hebben iets geopend, iets mogelijk gemaakt, maar dat wil niet zeggen dat ik het met de teneur van zijn gedicht eens ben.
De harmonie der scheuren is ingewikkelder maar bevalt me beter (hoewel ik er niet op uit ben om Mettes met Vriezen te vergelijken). Bovendien stuit ik via een opmerking van Vriezen op weer een nieuwe een nieuwe naam die, omdat het een vrouw betreft onmiddellijk mijn aandacht trekt: Alice Notley. Gelukkig wordt zij wel gewoon oud en grijs. Ze heeft lang grijs haar en ik kijk even op Youtube waar ik een lezing van haar vindt uit, ik meen ’88: The poetry of every day life. Ik vind het prachtig, haar zachte hoge stem, haar vasthoudende complexiteit, door willen dringen, dieper, verder, in dag en in droom. Weer een droomvariant, ook een verhaallijn waar ik verder mee wil. In de kast van Athenaeum staat niet ver van Vriezen vandaan, The decent of Alette.
Waar Mettes me verder helpt met nadenken over ritme vermoed ik bij Notley een verhaal over stem en stemmen: Wat is de relatie tussen dichten en schrijven en spreken? Bij Perdu zijn meerdere boeken van Notley te koop. Ze schreef veel. Ik wil vooral de essaybundel graag hebben, en het klein boekje over stemmen en stemmetjes in haar werk. Tijdens een boekpresentatie doet ze stemmetjes na. Wat brengt De harmonie der scheuren mij?
Het lezen van het gedicht is niet gemakkelijk. Ik google de drie namen die vallen in de opdrachten van het eerste, tweede en vierde hoofdstuk van het eerste deel van het gedicht: Empedokles, Isabelle Stengers en Jaufré Rudel. Drie namen die ik niet ken, drie tabbladen naast elkaar. Moet ik werkelijk alles weten? Ik wil iets genieten en dat lukt op zich zonder moeite, iets zindert na. Eigenlijk helpt me de dichtkunst meer dan de theoretische boeken die ik kocht en half las… Nou ja, het is een combinatie. Het is een nieuw gebied dat ik betreed, maagdelijk. En het voelt als een ontmaagding het lezen van De harmonie der scheuren. Ik heb niet veel ervaring met het lezen van poëzie, en ik weet niet goed wat ik denken moet van N30 en De harmonie. Mettes maakt ergens in zijn essay een opmerking over aanhalingstekens, waarin ik nu (achteraf) de aanhalingstekens van Notley herken… Ik vermoed dat ik begrijp waar Vriezen naar toe wil. Spannend, zo fijn om een nieuw gebied te betreden. Ik ben vooral geïnteresseerd in de relatie van poëzie en de grote wereld om mij heen. Dat een episch gedicht van NU kan zijn, vol wanhoop, complexiteit, eenvoud, biologie, wetenschap en ik en jij (dat laatste ontleen ik natuurlijk aan Vriezen). Of het a la Mettes ook van die wereld is, dat laat ik in het midden.
—
Ik loop even het kleine kamertje in met mijn boekenkast. Ik zoek Simone Weil, heb haar boeken al bij literatuur geplaatst, want hoewel ik al weer nieuwe schrijvers en dichters vond, wil ik toch ook verder met haar. Ik hoop dat ik snel bericht krijg over het boek van Chris Kraus waarin zij over een Weil-filmproject schrijft. Ik verwacht van het boek iets soortgelijks verwacht als van Kate Zambreno, een moderne, ik hoop kritische stem. Het is fijn om niet alleen te zijn nadat je iets gelezen hebt, als je nadenkt over schrijvers. Daarom heb ik zoveel interesse in secundaire literatuur en essays, niet vanwege de uitleg, de exegese, maar vanwege die extra stem. Daarom schrijf ik deze brief aan jou, het is alsof je met vriendinnen en vrienden over boeken spreekt, nodig, een opluchting, een ontsnapping.
—
Lieve Rien, ik hoop dat het niet te veel is, dat rare hoofd van mij, die lezende avonturen. Ik zou er nog heel lang over door kunnen gaan. Op Samuel Vriezen en Alice Notley kom ik ongetwijfeld nog terug. Misschien wordt dan ook duidelijk waarom ik zoveel waarde hecht aan de stem van Simone Weil.
Liefs, Saskia

Columns van Rien Monshouwer & Saskia Monshouwer – schrijvers met dezelfde achternaam, maar we zijn geen familie. We zijn naamgenoten, ‘tocayo’ in het Spaans. Ik kom dat woord tegen in een brief van Vibeke Mascini, onderdeel van haar correspondentie met Ella Finer, gepubliceerd onder de titel Silent Whale Letters. Dat Rien en ik besloten hebben om te corresponderen, heeft te maken met onze voorkeuren. Rien is beeldend kunstenaar met een grote liefde voor literatuur. Ik ben een critica met een grote interesse in literatuur en beeldende kunst. Zijn wij de helicopter en de walvis van Vibeke Mascini? Zijn wij de paraplu en de schrijfmachine op de ontleedtafel? Welke frequentie gaat de bandbreedte van onze correspondentie bepalen?

