50. saskia monshouwer

Amsterdam, 27-7-2026

Lieve Rien,

Vannacht lag ik beneden op bed in het kamertje met mijn boeken, een selectie van mijn boeken, mijn nieuwe boeken, kleine reeksen, eilandjes van tekst waar ik verblijf om te leren, om op te nemen, om mijn taal soepel te maken, te verruimen, het register uit te breiden. Ik voel me gelukkig omdat ik in de afgelopen weken veel gelezen heb en misschien wel het een en ander ontdekte.

Ik las Jeroen Mettes Weerstandsbeleid en diens lange gedicht N30. Ik las Samuel Vriezens De harmonie der scheuren en enkele satellietteksten van dit gedicht op de website van het balanseer. Ik las the descent of Alette van Alice Notley en ben nu in de bundel  Telling the Truth as it Comes Up begonnen met lezingen en essays uit de periode 1991-2018.… Ik lig in het donker op bed en ben gelukkig. Het nieuwe lezen noopt me om lijstjes te maken.

Lezen is belangrijk, disobedience (ongehoorzaamheid) en instability (instabiliteit) ook. Notley neemt deze woorden in enkele essays als uitgangspunt. In the poetic of disobedience schrijft zij over lezen:
“I read all the time and I often believe what I read while I’m reading it, especially if it’s some trashy story; intense involvement in theories as well as stories seems difficult without temporary belief, but then it burns out.”

Om uiteindelijk te concluderen:
“I think I conceive of myself as disobeying my readership quite a lot.”

En dan over te schakelen naar de ideale lezer van ook haar eigen teksten.
“It’s possible that the reader, or maybe the ideal reader, is a very disobedient person a head/church/city entity her/himself full of soaring items and the words of all the living and all the dead, who sees and listens to it all and never lets on that there is all this beautiful almost undifferentiation inside, everything equal and almost undemarcated in the light of fundamental justice. And poker-faced puts up with the outer forms. As I do a lot of the time but not so much when I’m writing.”

In de kamer is het schemerdonker. De lakens ruiken stoffig. In de hoek bij de deur wordt het licht. Ik zie het raam en de lucht. Ik zie de blikken Icarus aan het plafond. De gordijnen in de huiskamer zijn open en ik murmel: Ingeborg Bachmann; Clarice Lispector; Alice Notley; Astrid Roemer. Herkenbare stemmen. Verschillende stemmen. Realiteiten en dromen. Leven en schrijven.

Vrouw zijn. Schrijver zijn.

Vrouw zijn in een realiteit die door een mannelijk perspectief wordt gedomineerd.
Schrijver zijn in een realiteit die door een mannelijk perspectief wordt gedomineerd.

Waarom weet ik niet, maar er schiet me ook een lijstje schepen te binnen; getekende schepen gecombineerd met taal, met namen & beschrijvingen & een cv & de uitleg van een begrip & een brief. Er is geen sprake van een heldere metafoor. Er zijn raakvlakken. Er wordt een breed en toegankelijk tussengebied gevormd. De ruimte tussen vracht en schip, tussen beeldende kunst en taal, beeldende kunst en literatuur, poëzie en theorie. Ik laat de tekeningen achterwege, plaats alleen de foto van de cover van Aggie Weston’s, geef korte beschrijvingen, laat het daarbij.

Nadja Abt, Portraits
in: Starship No 15, oktober 2016, Starship Verlag, Berlin
De portretten bestaan uit schematisch getekende schepen, zwart-wit: Hubert Fichte, Clarice Lispector, Herman Melville, Elfriede Jelinek, Marguerite Duras, Ingeborg Bachmann, Jean Genet.

“As the daughter of a flight attendant and a former sailor, I have been involved with the sea and transoceanic crossings since childhood. As an artist I made my first trip aboard a ship in 2011, on a fighter from Varna, Bulgaria to Batumi, Georgia, followed in 2017 by a transatlantic voyage from Hamburg to Santos, Brazil, and later that same year as a passenger on a fishing expedition from Porto, Portugal. I then made a short film that I dedicated along with this text, to those women who worked hard on board the Hamburg container vessel.” [1]


Michel Foucault, Des espace autres, Hétérotopies
oorspronkelijk uitgesproken op een conferentie van de Cercle d’etudes Architecturales, Tunesië 14 maart 1987

“Denk aan het Schip, een drijvende ruimte, plaatsloze plaats die in zichzelf, op zichzelf leeft en tegelijk in de oneindige oceaan balanceert, en toch haven na haven, overslag na overslag, bordeel na bordeel helemaal naar de koloniën gaat, op zoek naar de meest kostbare dingen, verborgen in tuinen. Dan zal je  begrijpen waarom het niet alleen en vanzelfsprekend het belangrijkste middel van economische groei is (waarop ik hier verder niet inga), maar voor onze beschaving ook het grootste domein van de verbeelding, van de zestiende eeuw tot nu. Het schip is de heterotopie bij uitstek. In beschavingen waar ze niet zijn drogen dromen op, worden avonturen vervangen door spionage en kapers door politie.”



Aggie Weston’s
No.16 Winter 1979
Edited by Steward Mills, Distributed by Coracle Press, London

The name of the magazine comes indirectly from a work by Kurt Schwitters; ‘A Small home for seamen’. (1926 kleines Seemansheim s.m.) I have been told that is was one Agnes Weston who founded the seamens’s homes in this country and I hope this magazine will likewise provide some sort of refuge.Steward Mills

Het tijdschrift heeft een zwart-wit foto van een binnenschip op de cover. De inhoud bestaat uit twee werken van Richard Long: A straight northward walk across darmoor en A 2 ½ day circular walk in the scottisch highlands.



Stanley Brouwn, How to phone draw a ship (1963)
in: Dé-coll/age /4 Happenings (1964) redactie: Wolf Vostell, Typus Verlag, Frankfurt

Amsterdam 19 12 63
Dear Wolf,
….Enter a Cinema….
And now for something else: Phone drawings (how to phonedraw a ship)
Choose 12, warehouses; firms; shops etc. (with drawing the numbers 1 till 12) in the streets (a, b c d e f g h) so that they form a ship. Use a telephone a No 1 and phone No 2 and say: “Hallo number 2, this is number 1 of the ship.”
After dialling the number you listen to what they are saying till they lay down the telephone. All the time you just listen and don’t say a word.
After No 2 you phone No 3 still standing at No 1 and say the same: Hallo No 3 this is No 1 of the ship. You listen and you don’t say a word till they lay down the telephone. After you telephoned all the numbers from 1 to 12 the ship-drawing is ready.

But you want to give the ship a colour? OK
You want to colour the underpart green and the upper part red? Standing at No 1 phone No 13 and say: “Hello green this is No 1 of the ship.”
You listen to what they are saying and don’t say a word. After they laid down the telephone you phone No 14 and say Hello red this is No 1 of the ship etc.
In this way you can phonedraw anything you like: words, objects etc. Making a horizontal phonedrawing you can also use telephones in several countries

This was horizontal phonedrawing. You can also make a vertical phonedrawing. Use the 5 numbers in the buildings A and B and make the phonedrawing as you did do the shipdrawing. Phoning a spaceship you can make spacedrawings. For making a letter drawing you can send letters to several numbers in other cities. Sitting in a room or in a bus you can make thinkdrawings by thinking of one object as a number after that you think of another object etc.

Wolf I enclose ….

Liefs, Saskia


[1] https://nadjaabt.net/wp-content/uploads/2020/12/seawomen.pdf


Columns van Rien Monshouwer & Saskia Monshouwer – schrijvers met dezelfde achternaam, maar we zijn geen familie. We zijn naamgenoten, ‘tocayo’ in het Spaans. Ik kom dat woord tegen in een brief van Vibeke Mascini, onderdeel van haar correspondentie met Ella Finer, gepubliceerd onder de titel Silent Whale Letters. Dat Rien en ik besloten hebben om te corresponderen, heeft te maken met onze voorkeuren. Rien is beeldend kunstenaar met een grote liefde voor literatuur. Ik ben een critica met een grote interesse in literatuur en beeldende kunst. Zijn wij de helicopter en de walvis van Vibeke Mascini? Zijn wij de paraplu en de schrijfmachine op de ontleedtafel? Welke frequentie gaat de bandbreedte van onze correspondentie bepalen?

top of page