Queer Horizons of Imagination in het LutherMuseum in Amsterdam
We Carry Forward is een tentoonstelling van een prettig gevarieerde groep queerkunstenaars samengesteld door kunstenaar Andrea Knezović. In enkele zalen van het Luther Museum aan de nieuwe Keizersgracht in Amsterdam is werk te zien van Phillipp Gulfer, Rory Pilgrim, Yamuna Forzani, Farren Linhares, Mikołaj Sobczak, Thato Toeba en Katja Mater, werk van hoge kwaliteit, waaruit hun levensvisie blijkt en hoop. De expositie geeft een blik op een verwachtingsvolle en gevarieerde toekomst.
De omstandigheden van de tentoonstelling zijn specifiek en in zeker opzicht beperkend. De expositie vindt plaats in de achttiende-eeuwse bestuurszalen van het gebouw Wittenberg, waar ooit de Lutherse diaconie gevestigd was dat onder andere een oude mannen en vrouwenhuis beheerde. De werken zijn dus te zien tussen het historische meubilair, de glazenkasten, het zilver en het porselein, wat een queer contrast van rijkdom en ideeën, objecten en hoop oplevert. De werelden zijn verschillend, overeenkomsten zijn er niet, hoewel zij elkaar wellicht hier en daar kunnen raken.
In de inleidende tekst schrijft Knezović hoe zij het streven naar een betere queer toekomst ziet:
Change does not always arrive through rupture, but can accumulate slowly through gestures repeated and carrie across time.
(…) Drawing on José Esteban Muñoz’s undertanding of queerness as a horizon, not an identity fully arrived at, but a mode of collective potentiallity, the exhibitions asks how queer temporalities motht transform the ways we understand history, time and future-making.
(…) Across these perspectives, time is not fixed or sequential but fractured, layered and contested.
Dit beeld, waarin het fragmentarische en kromme een hoofdrol speelt, bevalt me wel. Alles met stukjes en beetjes, niet alleen nu, maar voor altijd, dat lijkt me realistisch. Want een gouden toekomst is alleen voor machtswellustelingen weggelegd, voor de pestkoppen en de braven die naar hun luisteren en hen volgen en angstig om zich heen kijken of ze wel het juiste doen, en de ander ook. Niet alleen de geschiedenis is veelzijdig en veranderlijk al gelang het gekozen perspectief, voor de toekomst geldt hetzelfde. Er is niet één enkel helder doel dat bereikt moet worden, er zijn er vele die bereikt kunnen worden, en in die veelheid schuilt respect en vrijheid (en dan denk ik ook aan de paardentekeningen van Sands Murray-Wassink die ik in een eerder artikel beschreef).

Hoe is de visie op geschiedenis en toekomst aan de werken gekoppeld? In zeker opzicht kan je in de expositie twee artistieke opties (‘strategieën’ of ‘methoden’) onderscheiden. De eerste is gebaseerd op onderzoek, op een kritische analyse of ontwrichtende (queer) deconstructie en maakt visueel gebruik van wetenschappelijk ogende, grafische stijlen. Het werk van Knezović zelf valt binnen dit bereik, meestal maakt ze diagrammen waarin een grens of een regel wordt onderzocht. Ze doet dit in de vorm van spelen, kinderspelen, spellen voor volwassenen zoals pendelen of dammen, groot uitgevoerd in zwart-wit en roestvrij staal. Op de expositie toont ze één nieuw werk, Horizons we inherit 1.0 (2026), een gloeiende roze driehoek die naar de ondertitel van de expositie lijkt te verwijzen.
Faren Linhares werkt eveneens met concepten en diagrammen, hoewel het spelelement ontbreekt. Toch is het getoonde werk plezierig oeverloos, een enorm vel papier, wit en sterk, golft in de eerste ruimte over het meubilair in de richting van de vloer: Moving in Crip Queer Temporalities (2026). Het bevalt me hoe het papier en de diagrammen de ruimte overnemen. (Het is niet eenvoudig om kunst te tonen in kamers die al zijn ingericht). De woorden, pijlen en diagrammen op papier verbeelden de complexiteit van het dagelijks leven vanuit een vanuit een Crip Queer perspectief.
Crip is een relatief nieuw begrip afgeleid van Cripple (kreupel, ziek). Het verwijst naar een ziek lichaam of een zieke geest, wat in het geval van Linhares waarschijnlijk ook het ingrijpende, langdurige proces van een transitie behelst. Maar het gaat hoe dan ook om een ‘ziek’ waar de eigenaar ruimte voor opeist. Dat vind ik fascinerend, al is het resultaat soms zeurderig zoals het werk van Jasmijn Vermeeren in FOAM [1]. Het is ook heldhaftig zoals het activisme van de pas overleden Karin Spaink, en zelfs ironisch, zoals in het leven en schrijven van de Amerikaanse Jane Bowles, lesbisch en kreupel, die zichzelf graag een crippie noemde. Begrijpelijk en terecht, het leven zou saai zijn zonder ‘ziekte’ en incompleet.
[1] Yasmijn Vermeeren, You don’t look sick, Foam 5 december 2025 – 25 mei 2026

Ook Katja Mater waarvan in de expositie werk is te zien uit de serie Time is an Arrow (2020), benadert de kunst conceptueel. De pijlen gericht op de belangrijke onderscheiden tussen meetbare, rationele, rekenkundige gegevens en de ook aanwezige ervaarbare, minder grijpbare informatie die aan meetsystemen ontsnapt. Er wordt met de hand een testbeeld getekend, of – zoals in Time is an Arrow – een ontregelde klok. De tijd is niet zomaar een vector of pijl, ze is ook onbeholpen en krom, “fractured, layered and contested” zoals Knezovitć in haar inleidende tekst vermeldt, en hoewel ik de C-prints met de kromme klokken soms als een nét wat te letterlijke illustratie van een andere tijd- en levenservaring ervaar, kan ik wel een lans breken voor het werk van Mater. Vooral als ik haar jarenlange werkervaring in ogenschouw neem.


De andere vijf kunstenaars werken met fotografie en herkenbare beelden. Door het gebruik van kleur en meerdere media lijkt het werk van een afstand ‘barok’. Maar ook aan dit werk gaat vaak historisch onderzoek vooraf.
Van de resterende kunstenaars gaat mijn voorkeur uit naar het werk van Phillip Gulpher en Rory Pilgrim, maar dat komt misschien omdat ik hun werk al vaker zag. Gulpher heeft zijn quilts met afbeeldingen van mensen uit het Berlijnse queerarchief aan de zware houten balken in de zijgang opgehangen. Er zijn afbeeldingen te zien van Lil Picard, Reed Erikson, Charlotte, Charlaque en Helmut Berger (als Marlene Diedrich in de Visconti film Götterdämmerung) en toont daarmee de dubbele betekenis van het onderhouden van archieven: We herinneren ons wat is geweest, en misschien onzichtbaar was bij de dominante categorisering en geschiedschrijving, en creëren tegelijkertijd ruimte voor toekomstige verhalen en categorieën.
Rory Pilgrim gebruikt muziek om een meerstemmig geluid te laten horen. Prille stemmen, schrille stemmen, een niet eerder gehoord geluid. Helaas mistte ik de openingsperformance, maar ik ben bereid om het te doen met de kleine presentatie van een draaiende LP, Maximum Crisis / Maximum Calm (2020) en een opengeslagen catalogus. Een artistieke bijdrage hoeft niet altijd kamervullend te zijn.

Voor het werk van Mikołaj Sobczak, Thato Toeba en Yamuna Forzani werkt de presentatie wat mij betreft iets minder goed uit. Van de breiwerken van Yamuna Forzani wordt ik wat zenuwachtig. Ze hangen groot en glinsterend van het plafond, maar ik vind de foto’s en glitters wat glad, ben dan ook niet thuis in danceruimtes en maar een heel klein beetje in mode geïnteresseerd. Voor het werk van Sobczak en Toeba heb ik wat meer tijd nodig. Ik ken hun werk nog niet, en als ik op internet kijk naar de achtergrond van Toeba (ze komt uit Lesoto) of naar het intensieve onderzoek van Sobczak, die een mooie expositie had in A Rose is A Rose … in Amsterdam, ben ik bang dat ik hun onrecht aandoe als ik uitsluitend op grond van hun bijdrage aan de expositie een oordeel vel.
Maar is het echt altijd van belang, zo’n oordeel? De expositie is zorgvuldig gemaakt en laat overtuigend zien dat er naast de veelbesproken conservatieve teneur ook van een positieve ontwikkeling sprake is: Het Queer landschap laat een grote variatie zien die voor iedereen interessant is.
We Carry Forward, Queer Horizons of Imagination ׀ Luther Museum Amsterdam ׀ july 10. – okt 11. 2026


