“Auf die Schiffe ihr Philosophen” roept Nietsche in ‘De vrolijke wetenschap’ (1882). De uitroep werd in de nieuwe Nederlandse vertaling, uitgegeven door Van Tilt vertaalt met, Aan boort!.
“Denk aan het Schip.” Schrijft Foucault.
Category: 500
Ik denk aan de beelden in een documentaire over de Molukse geschiedenis van het kamp. Na onrust en opstand besluit de Nederlandse overheid dat de gezinnen zelf hun geld moeten verdienen. Er zijn kinderen die nu niet voldoende te eten krijgen.
Op vakantie in Drente. Straks komen Brammert en Eldert onder hun grote prehistorische stenen vandaan om te paren met blinde albino pinguïns. Tekeli-li! Tekeli-li! Het waait hard. De lucht is schoon. De bomenrand maakt een vreselijk kabaal.
Gaat het? vraagt de lieve instructrice. Ik knik instemmend en kijk hoe ze door de zaal loop in de richting van een balie die verderop vlak voor de muur staat. Het is fijn om te kijken. De zachte ronding van haar heup. De paardenstaart die ze met een kleurig elastiek omhoog gebonden heeft. De zaal voelt warm en veilig, Een glazen stolp, een time hole, voor niemand te bereiken, niets te voelen, één, twee ….
Klont is grappig, ernstig grappig, gernstig, grimmig. De ironie die Februari gebruikt is de enige modus waarin al die veranderingen te vatten zijn: het ouder worden, het verdwijnen van de roman, de data, de natuur, een nieuw begin.
“veel straffen. Bandidos. Vuurwerk – daar moet de Marechaussee bij mogen – vuurwerk en buitenlanders.”
“Waarom die buitenlanders? Straffen?”
“Omdat ze niet Nederlands genoeg zijn.”
Het geheel wordt onderbroken door Harry-Mens-achtige kerstbeelden, een Amerikaanse kerstman, jingle bells.
Er zijn zoveel plekken in de stad waar ze niet meer komt, die niet meer van haar zijn. Zoveel plekken die nu van anderen zijn, van haar zoon, van de kunstenaars waar ze overschrijft, van de domme, platte provincialen die het op hun beurt proberen…
De Ander van Sartre is geen omwonende, geen tegenoverwonende, of tegenvoeter, maar een lid van onze oekumene. Is iemand die we kennen, niet iemand die anders is. Is dat belangrijk? Het toont in ieder geval hoe complex relaties tussen (groepen) mensen zijn. Met één dualisme ben je er niet. Het zijn er vele die bovendien veranderen als je er vanuit een andere locatie naar kijkt. Je kan vrienden zijn of vijanden hebben en je kan van verschillen houden.
S. probeert zich voor te stellen wat die boom dan wel zou voelen. Niet zomaar een boom, maar een hele intelligente, één die niet alleen aan onderzoek deelneemt, maar onderzoeken entameert om het resultaat in Nature te publiceren. Of wat er zou gebeuren als het koren op het veld morgen gezamenlijk besluit om geen Roundup meer te accepteren. Voorheen-de-Natuur
een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf, dertien, veertien, vijftien, zestien, zeventien, achttien, negentien, twintig, eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig, vierentwintig, vijfentwintig, zesentwintig, zevenentwintig, achtentwintig, negenentwintig, dertig, eenendertig, tweeëndertig, drieëndertig, vierendertig, vijfendertig, zesendertig, zevenendertig, achtendertig, negenendertig, veertig, eenenveertig, tweeënveertig, drieënveertig, vierenveertig, vijfenveertig, zesenveertig, zevenenveertig, achtenveertig, negenenveertig, vijftig, eenenvijftig, tweeënvijftig, drieënvijftig, vierenvijftig, vijfenvijftig,