24.

Stephan Keppel 2020 02
beeld: Stephan Keppel Amsterdam 2020

 

 

zaterdag 8 februari 2020

Bouwactiviteiten langs het water aan de overkant van de Nassaukade. Ik kijk erop uit vanuit de straat waar ik woon. Vlak naast de Parkeergarage aan de Lijnbaansgracht. Grote trappende wielen, een kantine eronder en in de zomer steeds meer kabaal en bonte lichten.

Er stond een noodbejaardentehuis daar waar nu nieuwbouw verrijst. Het oude Bejaardentehuis op de hoek van de Marnixstraat, tegenover de Krakeling is afgebroken en vervangen door een merkwaardig pand dat zich de (kokos)Makroon noemt. Bleke werk- en winkelruimte onderin, waar jonge mensen sporten en gekapt worden. Ze plaatsen hun fietsen ervoor. Aarzelende, maar niet persé goedkope inrichtingen in de gebouwen daarboven. Ergens zitten nog bejaarden, die komen soms de voordeur uit, maar je kunt niet zien waar ze wonen.

Gisteren was het volle maan wat mijn aandacht op die nieuwbouw richtte. Wit maanlicht vermengd zich met de witte bouwlampen die ze ’s nachts op de betonnen verdiepingen richten. Ook de kraan is van de zijkant van een felle witte lamp voorzien. Er hangt een doek voor met de naam van hetzij de verhuurder van de kraan of de bouwer. Het versmelten van stadslicht en maanlicht heeft een bizar effect. Goedkoop, niet al te donker, blauw fluweel; een kinderkostuum. Het tafereel is omlijst door de bakstenen gevels van de twintigste-eeuwse naast de bouwplaats en laat negentiende-eeuwse stadswoningen in de straat. De lichten van de auto’s op de kade. De verlichtte ramen van de woningen. Drie keer fel wit van een woning waar verbouwd wordt. Ik zie een man met een kwast voor het raam staan.

Bouwactiviteiten. Hoogbouw op het Wilhelminaplein. Te veel activiteit. Te veel kabaal. Kranen achter het Calvijn college. Doeken en steigers die de noodtrappen aan de buitenkant van de galerijflats in Slotermeer bedekken. Er rijdt een kleine shovel, gevolgd door een kabeltrekker, een derde en een vierde man kloppen op de stoeptegels met zware rubberen hamers. Er wordt meedogenloos gebouwd, gerenoveerd, verbouwd en opgeknapt. Hoewel de grote verbouwingen in mijn centrumrandbuurt achter de rug lijken te zijn, is de bouwactiviteit nog niet geluwd.

Ik herinner me de bouw van De Hallen, een enorme kuil. Ons huis trilt ervan, een lage harde dreun die ergens in de stad vandaan komt. Onder in de natte zanderige grond. De glazen schudden. De afbraak en bouw van het Bejaardentehuis tegenover de Krakeling. Afgedekt voor het stof, eerst de kogel. Dan maandenlang een enkele kraan die de materialen onderscheidt en op een vrachtwagen tilt. Het is als in een kermisspel, waar het beertje tussen de munten ligt. Dan de enorme vrachtwagen vol materialen heen.

Nu zijn de meeste verbouwingen privé. Ze betreffen enkele woningen, soms het hele pand. Als ik goed tel zijn het er op het kleine stukje dat ik dagelijks bewandel een stuk of acht of negen. Ze volgen ongeveer hetzelfde stramien. Eerst een dixie, een plastic buiten toilet. Zelfs de corporaties plaatsen die dingen op straat, soms zie je er zwervers hun toevlucht nemen. Dan hekken om de parkeerplaatsen heen, een stuk of vijf zes, waar naast de dixie een zeecontainer komt te staan, en een afvalbak, meestal gesloten. De grote open bakken die eerder gebruikt werden zie je haast niet meer, bedacht ik toen ik er een zag staan. Dan komt de afdeling transport en logistiek: de vrachtwagens voor materialen, een hoogwerker zo nu en dan, en vele, vele dure auto’s en verlengde witte busjes. Namen van aannemers, loodgieters, funderingsbedrijven, timmerlui en schilders. en route 25.

 

EN ROUTE is een experiment waarin herhaling centraal staat. Het is een onderzoek naar de flexibiliteit van taal en de flexibiliteit van de waarneming. Hoe komen schrijven en (voort)bewegen samen als je steeds dezelfde routes neemt? index
top of page