40.

Stephan Keppel 2020 03.
Stephan Keppel – Soft Curve /Circular Act. Amsterdam 2019 – 2020. Formaat prints 78 x 114 cm.

 

donderdag 27 februari 2020

Vanwege de regen met de metro naar het Amstelstation. Stukje tram, stukje metro en dan het ruime station waar nog steeds wordt gebouwd. Er staat een nieuwe, vreemde toren naast. Een beetje S.F. vanwege de ronde vormen van toren en balkons. Bruin, alsof ze van een soort kunststof zijn gemaakt dat in de jaren zeventig populair was. (Je had toen ook veel serviesgoed van bruin glas.)

De taluds die naar beneden liepen in de richting van de trams en de bussen zijn verdwenen. Er is nu een groot, leeg, zo op het oog nogal nutteloos natuurstenen terras voor in de plaats gekomen. We staan er bovenop en kijken of we de auto zien waarmee we een tour zullen maken die tot ver buiten de stadsgrenzen reikt. Ook daar moderne architectuur – zij het hele chique – ook daar bos en kunst: werk van Wineke Gartz, een presentatie die deel uit maakt van een kleine serie. Het werk van Gartz volgt op dat van Maria Barnas en Lucas Lenglet.

Om de presentatie te beschrijven, eerst een samenvatting van wat ik eerder van haar zag. Tijdens een workshop over film, een vertoning  van een film die haar inspireerde, de film ‘Rock my Religion’ van Dan Graham met onder meer Patty Smith, dan een VJ presentatie tijdens een expositie van Lorelinde Verhees bij PAKT, dan een presentatie in de Nederlandse Bank. De overeenkomst tussen de drie presentaties: steeds gaat het om film, waarbij droom en werkelijkheid, roes, verlangen en moderniteit elkaar in (wild) tempo volgen.

Ik denk dat het belangrijk is om eerst het hoofd motief aan te wijzen. Want als je sec met een beschrijving van haar werk begint, zullen realistische beelden de overhand krijgen: de grote glanzende kantoor gebouwen; de lichten van de auto’s bij nacht; de boten en het water. Zorgvuldig uitgelichte en geëditte filmbeelden. Beelden van hoogbouw glanzend. Een deel van de beelden van de huidige installatie zag ik ook letterlijk eerder bij de presentatie in De Nederlandse Bank.

In Kröller-Müller wordt die reeks van geld, glans en glamour aangevuld en doorbroken met beelden van flitsende reclames en licht. Opgenomen op een techniekbeurs in de RAI, vertelt Gartz. Deze beelden zijn niet minder ‘echt’ of ‘realistisch’ dan de beelden van hoogbouw en water, maar hebben een andere functie. Zij vertegenwoordigen de roes en de droom.

Wat in de Bank naar de roes van rijkdom en geldzucht zou verwijzen, heeft in het museum een andere betekenis: Zij worden door Gartz in gedachten gekoppeld aan het werk van Odilon Redon. Het Grote, vriendelijke oog van de Cycloop die naar het slapende meisje kijkt in het groene gras tussen de blauwe bloemen; Het rode vliegende paard waarvan iedere hoefslag een dichtregel is. Het zijn deze werken en andere mooie, negentiende-eeuwse dromen met hun nét niet gebruikelijke, ietwat perverse symboliek en esthetiek waar Gartz aan ook aan denkt als zij aan het  werk is. Het werk van Gartz is pas volledig als je deze prikkelende associaties met zelf en popmuziek en extase toelaat.

Maar behalve de extase ook een ander motief. In het Kröller-Müller gaat het ook over groen, het groen van druipende dennen, van heuvel en hei. Het groen waarin het museum, waarin het meisje rust. Ik sta voor een raam zonder sponningen in het door Wim Quist ontworpen gedeelte van het museumgebouw en kijk naar een rul stukje weide- en bosgrond, steeds meer mezen ziet ik uit de warrige bladeren ophippen. Ze pikken wat en vreten wat. Ik zie zelfs een Appelvink. Groen en gebouw zijn hier één.

Ook Wineke Gartz wil de beelden van buiten met de beelden van haar werken binnen verbinden, wat niet gemakkelijk is. De verbinding slaagt het meest in de ruimte waar zij ook een blinde muur van witte stenen heeft geplaatst. De ramen die ooit de ingang van het Van Velde Gebouw flankeerden zijn met folie in meerdere kleuren geel, bruin en oranje toegedekt. De projecties op de muur tonen een catamaran die aanlegt bij het IJsselmeer; een ondergaande zon; mensen die rustig lopen. Het mengt zich met de muur en het licht, creëert ruimte en rust. Dat natuurlijke motief, die grassoorten en dode takken, dat stilleven-element, die Natur Morte zie ik bij Gartz voor het eerst.

webimage-8BEC1E44-F914-4063-AAC471D83D800AB5
Wineke Gartz, Le rêve, la route, le mur, 2019, Kröller-Müller Museum

‘s Avonds in de stad terug, met tram en paraplu naar boekhandel van Rossum om er naar Florette Dijkstra te luisteren. Zij schreef de tekst voor de catalogus van Gartz die bij de expositie in Kröller- Müller werd uitgegeven. Het is min of meer toevallig dat ik me opgaf om te luisteren naar haar toelichting op een recent gepubliceerde bundel met teksten over kunst. In de keurige winkel in Amsterdam Zuid vertelt zij hoe zij, nieuwsgierig naar de oorsprong van kunst ontdekte, dat kunst altijd bij andere kunst begint. Zo rijgt zij een ketting van kennis en kunst zowel in haar teksten als in haar tekeningen. Zij tekent ateliers van kunstenaars die zij bewondert en vult Documenta’s in die niet met foto’s gedocumenteerd werden. Ik moet denken aan Marc Nagtzaam. Hij maakte ooit een getekende catalogus van zijn expositie. De vlakken van zijn tekeningen nu ruimtelijk geïnterpreteerd.

Een paar dagen later op de fiets bedenk ik:
“Aha, dat is het verschil. Voor mij moet altijd alles direct zijn. Alles uit de eerste hand. Daarom ook wandelen en fietsen. Daarom buiten in regen en kou. De theorie kost me moeite omdat ze nooit met de werkelijkheid samen zal vallen, er hooguit een kleurtje aangeeft. Dijkstra laat de kunst bij de kunst beginnen. Ik heb de indruk dat zij heel goed in theorie is.”

Wineke Gartz, Le rêve, la route, le mur ǀ Museum Kröller-Müller ǀ 19-10-19 – 29-03-20
derde in de reeks ‘Vestibulum’. De titel verwijst naar de plek waar de tentoonstellingen plaatsvinden: de voormalige entree van het museum.

Florette Dijkstra: Rumoer. Over het begin van kunst. uitgeverij IJzer, Utrecht. 2019

en route 41.

 

EN ROUTE is een experiment waarin herhaling centraal staat. Het is een onderzoek naar de flexibiliteit van taal en de flexibiliteit van de waarneming. Hoe komen schrijven en (voort)bewegen samen als je steeds dezelfde routes neemt? index

 

top of page