81.

Marc Nagtzaam 28

Marc Nagtzaam,  Zeichnungen / An Index of Notes / Jpeg / Variable dimensions / 2019 – ongoing

 

Ring A10 Noord, Hemwegterrein/IJplein IV
Vrijdag 8 mei 2020

Het laatste stuk van de Ring. Nu op de fiets. Ik weet dat ik om de Ring te volgen het Hemwegveer moet nemen. Anders kom ik het kanaal niet over. Dus trap ik lekker door en neem ik flux de schaduwrijke weg door het gebied van de steenkooloverslag, de VOPAK containers en grote boten. Eerst de elektriciteitscentrale waar ik op mijn vorige Ring-wandeling vlak langs ben gelopen, dan de stinkende vuilverbranding. Grote vrachtwagens rijden veel te snel met veel gerammel en kabaal over het grijze asfalt.

Ik fiets eerst langs het water in de met beton bekleedde kanalen. Onder het viaduct, vier grote bruggen breed, loopt langs het goederen spoor een betonnen goot met water. Het lijkt wel een model gebouwd om de stroming te testen, zoals in dat bos in Flevoland waar havenbekkens en sluizen werden nagedaan, maar het heeft hier iets met overslag, transport van gruis of zo te doen. Je ziet door de hekken heen industrie terreinen en steenkoolbergen met kleine stukken haven. Het terrein langs het fietspad is platgereden, de grove planten geknakt, de struiken afgemaaid – grof werk. Er zal ongetwijfeld iets nieuw verrijzen. Dan een constructie op hoge betonnen poten in het verlengde van de goot. De constructie gaat bovenlangs, over de weg en verdwijnt dan tussen de  graafmachines. Iemand heeft bedacht dat het gebouwtje waar de goot op rust beschilderd moest worden, geel met grote vogels, enorme putters en mezen. Het ziet er tamelijk bezopen uit. Manshoge vogels in het grijze gebied. Met langs de weg een kaarsrechte rijd bestoven zilverpopulieren. De zwarte ogen op hun grijze stammen kijken je na als je verder fietst.

Het Hemveer is vol. De mensen houden afstand en sommigen zijn met hun fiets vlak naast een enorme rode, naar diesel stinkende machine gaan staan. Eenmaal aan de overkant moet ik me even oriënteren. Eerst ga ik foutief met de stroom mee, richting Zaandam. Dan begrijp ik dat ik ook rechtsom het eiland nemen kan, langs het water van de havens, Zijkanaal H en de IJ-plas Noord.

Het is voor eerst dat ik het Hemwegterrein volledig bekijk. Veel van de gebouwen van de kruitoverslag zijn opgeknapt. Enkele hebben de kenmerkende industriële vakbouw, een metalen constructie gevuld met baksteen. Het metaal is groen of blauw geschilderd. Dan een rij arbeidershuisjes langs de dijk met uitzicht over het water vol grote stalen schepen en hier en daar industrie. Ik kijk naar de tevreden dijkhuisbewoners die allemaal buiten lijken te zitten. Kinderen struikelen over elkaar en oma’s, tantes en moeders troosten er tientallen tegelijk. Tussen het water en de huisjes, die wat hoger liggen op een dijk, de glanzende auto’s, hun trots, het bewijs van goed gedrag en inkomen. Dan de rode ophaalbrug van Zaandam met die merkwaardig flat ernaast, een toren met een schroefdraai. Ik speur de omgeving af naar de A10. Zie enkel groen en snelwegen.

Een enorme verkeersdrukte vlakbij het Knooppunt Coentunnel. Het is niet de A10. De weg is open en op gelijk niveau. Tientallen vrachtwagens achter elkaar voor het rode stoplicht. Het stinkt. Je houdt jezelf voor de gek als je denkt dat je er bent met enkele weken verkeersstilte. Nog steeds zijn de winkels vol, nog steeds koopt iedereen kleding, vreemde plastic dingen voor in de tuin, broeken, tangen voor de barbecue, roze kussens met hoezen tegen de regen, bewerkt tegen schimmel, kinderfietsjes met gele wielen, spelletjes met elektrisch licht, lampen die vanzelf aan en uitgaan zonder draad met batterij.

Ik zoek naar de bocht van de A10 en kijk naar de borden hoog boven mijn hoofd waar op een ruig begroeid talud achter semitransparante schermen de snelweg loopt. De weiden zijn groen er is weinig gebouwd, veel landbouw, veel zure grond, dat wel. Raaigras heel dicht, geen kruid noch  onkruid, helder en schoon: Teletubbie-land. De hemel en de hel van de plastic huizen, verzonnen fronten, variaties op de houten façades uit de streek, copyright Sjoerd Soeters. Sluit fantastisch op deze snelweg-landschapsconstructies aan. De lucht is vanzelfsprekend blauw, evenals de borden waarop ik de A10 vermeld zie. Ik kan een kleine fietstunnel nemen, smal en rond. Daarna kan ik de Ring aan de buitenkant te volgen. Het polderlandschap-, Teletubbie-gevoel zich voort. Ik kan het fietspad volgen naar een nieuwe nederzetting buiten de stad, vol middelhoge flats in de vorm van Zaanstreekhuizen. Je kunt echter ook te voet door velden, een weg die wat dichter langs de snelweg gaat. Ik stap af, volg het pad dat naar schapen ruikt. Bij een terreintje met volkstuintjes komt het pad weer bij een asfaltweg die naar een viaduct onder de snelweg loopt; terug in de bebouwde kom van Amsterdam Noord.

De huizen liggen ook hier heel dicht langs het snelwegterrein. Amper taluds, de snelweg ligt op gelijk niveau door een kunststoffenwand gescheiden, een muur langs lage huizen, woningen voor één gezin in een vrolijk woonerfpatroon, waar auto’s zonder moeite hun privégarages vinden. Er is geen ruimte om te fietsen. Het woonterrein is een kleine vestingen, per stijl geordend, geen doorgaand verkeer. Wel slingerende rode fietspaden érgens omheen, als je nog nooit in de buurt bent geweest, heb je geen idee waar het heen gaat. De rood-witte fietsborden werken niet. Ze leiden je naar het niets, van een nieuwe woonwijk of een school, een buurthuis of een winkelcentrum. Altijd een onderbreking, gevormd door een grasveld met bomen, een woonerf of een rij parkeergelegenheden.

Dan enkele hoge flats in het groen. Hoeveel vierkante meter betonnen galerij? In principe openbaar. Hoeveel vierkante meter bergruimte? Hoeveel betegelde hallen? Hoeveel kubieke meter vuil? Veel hoge, snel groeiende populieren. Zoals in de Bijlmer weinig overzicht. Zoals in Amsterdam Wes, wat aangelegde toegangswegen, hoger dan het water van de parken die er onderdoor zullen gaan, aan tweekanten stoepstenenpaden, groene oevers en donker water. Er liggen lage huisjes aan met wilde tuinen achter lage houten schuttingen. Amsterdam Noord is een woonwoestijn, stempelbouw, helemaal vol. Ik stap af bij winkelcentrum de Banne en koop wat dadels tegen de hongerklop.

Het pleintje bij de Banne wordt door nieuwbouw gevormd. Flats in bleke kleuren. Transparante balkons van materialen die ook in de goedkope interieurzaken te vinden zijn. Het doet sterk aan het pleintje denken vlak bij de A10 en de Kolenkit in Amsterdam West (Bohemian Rapsodhy). Nieuwbouw die bij geboorte al oud is en snel verweerd. De distels hoger en minder fris dan enkele weken eerder. De krulzuring op de talud is langzaam groot geworden maar staat nog niet in bloei.  Ik denk terug aan de wijde velden achter de snelweg A10 die in de richting van de dorpen leidt.

 

EN ROUTE is een experiment waarin herhaling centraal staat. Het is een onderzoek naar de flexibiliteit van taal en de flexibiliteit van de waarneming. Hoe komen schrijven en (voort)bewegen samen als je steeds dezelfde routes neemt? index
top of page