Rusteloze Materie: beneveld en versmolten met een enorme fiets

Een goede tentoonstelling in het Cobra Museum in Amstelveen

CobraMuseumShanaMoultonFotoSM-03
Shana Moulton

 

Ik had de tentoonstelling ‘Rusteloze Materie’ in het Cobra Museum nog niet gezien, toen ik het naargeestige interview in de Volkskrant las. Een bestuurslid van het museum gaf zijn visie op het vertrek van museumdirecteur en curator Karskens. De bestuurder van het instituut legde een zelfgenoegzame verklaring af: Ooit had het Cobra Museum vele bezoekers met tentoonstellingen die door een klein team werden gemaakt, gewoon overgenomen uit het buitenland, een stuk kapitaal dat je optimaal kan exploiteren, daar wou hij naar terug; Voor de verzamelaar betekent zo’n expositie een waardevermeerdering van eigen bezit, het volluk krijgt een simpel zicht op wat de rijken goed keuren en in huis hebben. Terug dus naar het museum als multinational, NGO desnoods, naar slecht verzorgde, oppervlakkige als reclame filmpjes vormgegeven exposities. Makkelijk en voor geen nieuwe ideeën, geen onderzoek,; Terug naar de situatie van een lokaal museum dat de collectie van een verzamelaar exploiteert. Natuurlijk, ik chargeer, ben ook maar een schrijvertje en wil dat de materie mij d’r vandoor gaat en mijn fantasie stimuleert. Zo…

… en met deze zin over fantasie en materie ben ik zonder tijdverlies bij de fantastische zomertentoonstelling in het Cobra Museum aangeland. Karskens’ zwanenzang – althans vooralsnog.

‘Rusteloze Materie’ is een prachtige tentoonstelling: Spannend, moedig en uitdagend.
Spannend
vanwege enkele mooie Cobra schilderijen en het werk van aanverwante kunstenaars dat vaak al meerdere jaren in de kast lag. Om de ‘grot van anti-materie’ te laten zien van Giuseppe “Pinot” Gallizio, een installatie die hij in 1958 maakte, is een vondst.
Moedig is de poging van de expositie om een nieuw kunsthistorisch verhaal te vertellen, dat van het ‘nieuwe materialisme’, een nieuwe basistheorie om de wereld en de dingen te bekijken en beschrijven. Niet de mens staat in die visie centraal, maar de dingen en het materiaal. Het betreft een ‘Object-Oriented Ontology’ om met Graham Harman te spreken, ‘een nieuwe theorie van alles’, waar de beeldende kunst een bijzondere plek in heeft. En zo spreekt Anik Fournier in een tekst de kunstgeschiedenis met grote ernst en een net iets te veel sluitende logica aan elkaar. Daarover straks meer.
Uitdagend is de tentoonstelling voor de bezoeker, die behalve de grot van de anti-materie een flinke reeks nieuw en oud werk krijgt te zien, die desondanks nieuwe betekenissen evoceren. Ik vond het fantastisch om weer eens een aantal prachtige werken van Bram Bogart te zien, dik, fantasierijk materiewerk, waar ik niet zelden ook vrolijk om moest lachen. Werk ook van de op dit moment, in Nederland althans,  wat vergeten Antoni Tàpies. Toen ik begon in de kunst en nog als galerieassistente werkzaam was, keek ik maandenlang tegen een prent aan van deze man: Fantasievol en sterk, met een kindersokje, speels zoals in Nederland allen Carel Visser’s prenten waren.

Het Cobra-werk en dat van aanverwanten is slim verweven met nieuwe installaties. Het werk van de Finse Egill Saebjornsson heeft niet mijn persoonlijke voorkeur, het koor van de zingende stenen dat hij maakte is echter wel zeer geschikt om het idee van de ‘Rusteloze’ materie te illustreren: “The egg or the henn, us or them,” en het lijkt alsof de stenen spreken. Het is een bizarre heropvoering van de Orpheusmythe, de oermens die zijn geliefde uit de hel wist te halen door zo mooi te zingen dat de stenen levend werden. Hemel en Hel zijn in dit verhaal echter wel volledig gematerialiseerd: want als de stenen werkelijke spreken, gaat het leven door als wij verdwenen zijn.

Weer breng ik een kleine vertekening aan die natuurlijk niet helemaal eerlijk is, noch eerlijk naar Saebjornsson , noch naar Anik Founier die een goede heldere tekst schreef over de object-gerichte, post-humanistische, nieuwe materialistische visie op de natuur. Maar, waar ik al eerder aan refereerde, ze laat de kunst die met materie werkt zo naadloos in het wetenschappelijk jargon passen dat de ruimte voor de gekte die uit dezelfde periode stamt, voor surrealisme en patapysica en de neo-wetenschappelijke roman- en schilderkunst volledig verloren gaat. De suggestie is aanwezig, het begrip surrealisme wordt genoemd, maar de gekte zelf is – in de tekst althans – afwezig.

CobraMuseumPaulineCurnierJardinFotoSaskiaMonshouwer-04

CobraMuseumPaulineCurnierJardinFotoSaskiaMonshouwer-05
Pauline Curnier Jardin, Grotta Profunda Approfondita, 2017

In de tentoonstelling is de gekte een belangrijk aspect, dan denk ik aan de grot, de ‘Grotta Profunda Approfondita’ van Pauline Curnier Jardin die een goed voorbeeld is van het vrolijke, filosofisch geladen anarchisme dat de kunst zich wel, en de wetenschap zich niet permitteren kan.  Ik neem er de tijd voor: bekijk hoe een angstig zwart-witte Bernadette de grot van Lourdes bezoekt en zich door haar visoenen volledig laat overmannen (letterlijk), zodat zij in dit mensbeeld, een hoofd van Christus ter hoogte van haar schoot, een overvloed aan dansende vrouwelijkheid kan laten zien. Dit is pataphysica, dit is Alfred Jarry, de man van Dr. Faustroll en de neo-wetenschappelijk romankunst. Het is heerlijk om naar het werk te kijken, naar de lachende jezus, het chocovanille ijsje en de wulpse Venus van W. Naar enkele uit de grot geboren vrouwelijke wezens die waggelend juichen op de triomfantelijke klanken van Johan Strauss.

Naast Gallizio, Saebjornsson en Curnier Jardin is er dus veel te zien, en voor wie zin heeft in een onverwachte expositie vol nieuwe invalshoeken raad ik de expositie aan.
Ik raad deze tentoonstelling aan, omdat in Nederland maar zelden zulke werken ziet en als geen internationale tentoonstellingen bezoekt krijg je ze nooit te zien.
Ik raad de tentoonstelling aan vanwege het goede onderzoek en de tekst.
Ik raad deze tentoonstelling aan omdat het werk afwisselend is en ruimte laat aan de bezoeker om zelf conclusies te trekken. De vaste opstelling beneden is bovendien ook opnieuw ingericht en geeft een fijn en visueel sterke presentatie van verschillen aspecten van de Cobrakunst: Keramiek, bronzen, taal en tijdschrift, muziek en – my paintube is a rocket – een beetje schilderkunst.

Ik raad deze tentoonstelling aan omdat Thierry Oussou een mooie nieuwe installatie heeft gemaakt. Thierry Oussou, een jonge kunstenaar uit Benin, heeft een studieperiode op de Rijksakademie doorgebracht. Veel presentaties die hij maakte waren ongeveer het zelfde: Hij maakt installaties met tientallen kleine tekeningen van verbrandde stukken papier. Er verschijnen gepijnigde aardappelhoofdjes, die in zeker opzicht heel realistisch zijn. In het Cobra museum toont hij tussen de materiekunst van Jaap Wagemaker en Bram Bogart in, een installatie van takken. Het levert een heel mooi beeld op, versterkt de impressie van de materiekunst en ontroert.

Het werk van Oussou is overigens, evenals het werk van Pauline Curnier Jardin in tegenspraak met de o zo serieuze koppeling van kunst aan wetenschap. Nooit zal de wereld voor de mensen zo materieel zijn dat er geen sprake meer is van geesten en mystiek. De patafysica zal, als ordeningsprincipe ook voor de nieuwe superman (de Supermalle, de Übermensch) noodzakelijk zijn, ook al komt-ie waarschijnlijk volledig beneveld op een enorme fiets. De gekte is altijd aanwezig en loopt, als je niet uitkijkt, zonder enige moeite van een zinvolle dissertatie over in een psychotisch wereldbeeld, zoals bijvoorbeeld Wouter Kusters in het prachtige ‘de Filosofie van de Waanzin’ laat zien.

CobraMuseumThierryOussouFotoSaskiaMonshouwer-06
Thierry Oussou

 

CobraMuseumBramBogartFotoSaskiaMonshouwer-07
Bram Bogart

top of page