2.

keppel_entre_entree_4_1024x1024
beeld: Stephan Keppel, 2014 -Entre Entree

Zaterdag 4 januari 2020

Te voet. Op de fiets. Of dat ding voor mij werkelijk belangrijk is, vraag ik me af. In het weekend staat het onder de boom voor de deur. Vandaar die witte vlek op m’n jas. Van de houtduiven, die in de lente bloesems eten (groen) en in het najaar vlierbessen (donkerrood). Maar dat ik weinig interesse heb in de manier waarop het trapwerk in elkaar zit, het frame verstevigd is, de trappers functioneren en het zadel voelt, wil niet zeggen dat het vehikel voor mij zonder betekenis is.

Mijn voorkeur gaat uit naar eenvoud en stevigheid. En ik fiets vaak lange stukken in de zwaarste versnelling. Omdat ik denk dat ik geen trofee verdien als ik het niet in mijn kuiten en bovenbenen voel? Dat ik de hemel niet bereik als mijn fietstocht niet als een kruisweg aanvoelt? Het leidt soms tot misverstanden. Als ik rond zessen met J. bel, en vertel dat ik me op dat moment ter hoogte van de plassen op de Ringdijk rond de Haarlemmermeer bevind, denkt hij nog dat ik op tijd voor het eten thuis zal zijn. Zijn fiets was duurder, lichter, sneller en zijn benen opwindend sterk.

Dat wil overigens niet zeggen dat ik nergens kom, volhardend ben ik zonder meer. Overal in de omgeving van de stad Amsterdam ben ik op de fiets geweest: eerst alle zesendertig forten van de Stelling af. De eerste wat grillige ring van het grote wiel rond de stad. – de tweede ring wordt gevormd door de A9. De derde de A10, de ring rond Amsterdam. –  En de vele routes en ‘radialen’ uitgangswegen gerekend vanaf het centrum daartussen door. Het idee van de Scheggen sluit hierop aan.

Die forten is een avontuur van nu al weer een jaar of tien geleden. Ik herinner me: een verkooptentoonstelling van wapens in een fort in de buurt van Marken (Edam). Er stonden bewakers voor de deur die me zonder enige argwaan meteen naar binnen lieten. Ik herinner me een wijnproeverij in een fort bij Purmerend. Purmer, Wormer, Schermer zijn beschermde oude polders. De meeste forten in die buurt waren nog van natuurbeheer. Een directeur woonde vlak bij het fort dat alleen voor dieren en niet voor mensen toegankelijk was. Een plukje wilde struiken en bomen in het overige vlakke, groene weidelandschap.

Ik herinner me de forten tussen Muiden – waar de Stelling van Amsterdam de Waterlinie kruist – en verder landinwaarts Weesp richting Kortenhoef, onder Utrecht. Soms zocht ik me rot, omdat in de beschrijvingen de forten een grote kring vormen, met voor hen uit het land dat onderwater komt te staan als er een aanval komt (de inundatie) en achter hen het land van de stad die zij beschermen en waaraan ze hun naam ontlenen. Het fort bij Busch en Dam, waar nu de stichting stadsherstel de scepter zwaait. Nabij het fort van Uitgeest, het enige fort dat zo nu en dan onderwater werd gezet. Honderden trekvogels strijken neer op het grasland in het water. Nu wonen er autisten in het prikkelarme gebouw. Autisten, kunstenaars, wat maakt het uit. In Vijfhuizen worden nog steeds exposities gemaakt. Toch was voor mij de belangrijkste conclusie van die rit, dat ik kunst in het landschap alleen dan accepteer als zij werkelijk de kwaliteit heeft om buiten te functioneren. Grote reclame borden met foto’s, zijn wat mij betreft op het land not done. Om maar wat te noemen.

In een aantal teksten over Alfred Jarry kom ik tegen dat hij in Les Jours et les Nuits uit 1897 beschrijft hoe handig het zou zijn als wij een fiets waren. Het ding een uitwendig skelet. Dat bovendien, samengesteld uit cirkels en driehoeken, helpt om in de wiskunde te verdwijnen.
van die machine met tandwieloverbrenging om door een snelle aanzuiging in zo kort mogelijke tijd vormen en kleuren op te vangen, langs wegen en paden, want door de voedingsmiddelen vermalen en vermengd aan de geest op te dienen bespaar je de vernietigingsoubliëttes  van het geheugenwerk en kan die geest na bevoorrading een stuk makkelijker nieuwe vormen en kleuren scheppen naar eigen inzicht.’ [1]

Maar aangezien ik veel langzamer fiets, en maar weinig van wiskunde begrijp, wordt ik zelden opgenomen in het spannende geheel waar de kleine schrijver deel van uit kon maken. Geen ‘Patafysica voor mij. Heb bovendien van nature geen gevoel voor humor. En Route 3.

 

 

[1] Striptease met chocola, kikkers en een thermo-mechanisch orkest, Pieter de Nijs, Nederlandse Academie voor ‘Pataphysica, 2018 (p.155-156).
Het citaat ook gevonden in: Thieri Foule, Jesus’ Bicycle, The Journal of the London Institute of ‘Pataphysics’, 2019  (p.47/52)
En als extra: een oubliëtte = een kerker

top of page