78.

Marc Nagtzaam 25
Marc Nagtzaam,  Zeichnungen / An Index of Notes / Jpeg / Variable dimensions / 2019 – ongoing

 

Zaterdag 2 mei 2020
Ring A10 Zuid / Ring A10 West: II

Wandeltocht langs de A10 deel twee. Weer ga ik via de Scheldestraat naar de RAI, daar waar het stille hotel van OMA staat. Een mooi punt, vlak bij het Beatrixpark met een paar mooi aansluitingspunten van het park naar het RAI-terrein. Binnendoor langs de snelweg een fietspad. Het loopt langs de uiterste grens van het Beatrixpark. Omdat ik die route meen te kennen, besluit ik buitenom te gaan, langs de grote kantoorgebouwen van Zuid. Het KPN-gebouw en de radiotoren met de opvallende vorm. Wie had ook al weer dat lichtwerk gemaakt dat er jarenlang op te zien was?

Als ik het viaduct onderdoor ga, langs de tramhaltes en het treinstation halte RAI, valt me voor de eerste keer op hoe breed de snelweg hier is. Een eerste strook autoweg, richting de Bijlmer (Amsterdam-Zuidoost) en Utrecht; een tweede strook voor het spoor; een derde strook autoweg de andere kant op, nu richting Schiphol en met een lange bocht naar Zaandam. Onder het viaduct heerst de schaduw en meteen om de hoek de grote gebouwen in felle, onnatuurlijke kleuren, glad materiaal.

Ik loop zo dicht mogelijk langs de A10 die in dit gedeelte niet meer in plastic schuttingen verpakt. Ze ligt open en het geluid van de auto’s resoneert, hard en meedogenloos, tussen de gladde wanden van de hoogbouw, kantoorgebouwen die aan een kant uitkijken over de snelweg – waarschijnlijk goed geïsoleerd – en aan de andere kant naar over andere hoogbouw vol woningen heen, naar een open vlakte en Buitenvelderd. De kantoren en de woningen in de hoogbouw is drie straten breed. Drie componisten, die vanaf nu modern-klassiek zijn: Debussy, Mahler, Gershwin. Tot aan de Boelenlaan waar bizarre kleurrijke balkons en terrassen een zuidelijke luxe pretenderen. De Zuid-as.

Buitenom bij de snelweg is onherbergzaam. Asfalt, parkeerplaatsen, achteringangen. Voor één van de gebouwen zie ik een glimmend beeld van Gijs Assman staan, dat ik van internet herken. Een roestvrijstalen krul, een variant op de roestige vrijheidskrul die op het grasveld tegenover de Apolohal staat in Zuid. Het leidde onmiddellijk tot een vriendelijke discussie, had ik zo’n beeld niet al eerder gezien?

Er staat veel kunst op de Zuid-as: Het lichtwerk in de radiotoren, grote bronzen pop-zitzakken van Tom Claassen in de entree van een bankgebouw (Niet zo heel lang geleden zag ik de olifanten terug, het enige werk van Claassen dat ik de moeite waard vind.). Ik denk aan de binnenkant van de Ring, vlakbij de plek waar ik nu loop, aan het groene fietspad en het Beatrix park. Het beeld van Heringa en van Kalsbeek, het Paviljoen van Van Eyck, het klooster. Dan ben ik bijna bij Station Zuid.

Ik kijk vanaf deze kant tegen de nieuwbouw aan, vlak bij de Parnasusweg. Ik wachtte er in de regen, totdat enorme bouwelementen, over het fietspad naar het nieuwe station gehesen waren. Eén van de gebouwen waaraan gewerkt wordt is nog niet bekleedt. Ik zien het betonnen skelet, met op de achtergrond de hoogbouw in al haar aan interieurzaken en stripverhalen ontleende vormen en kleuren. Dat ene kale gebouw, herinnert aan oorlogsfoto’s. Als de gebouwen na voortdurende bombardementen gestript zijn, ziet het precies zo uit: een grote grijnzende bek met kapotte tanden.

Dan loop ik via een smal romantisch fietspad vlak langs station Zuid. Ik kom bijna nooit aan de achterkant. ‘Palace Ruin’ een kunstproject van James Becket was een van de zeldzame aanleidingen om dat wel te doen. Hij herbouwde eer rokend onderdeel van het Glaspaleis van Samuel Sarphati. Voor het eerst bekeek ik de hoogbouw en het merkwaardige publieke gedeelte aan hun voet. Alles is glimmend, dicht gekit en betegeld, liefst glanzend zwart. Ook nu nog, hoewel – hoe kan het anders op Amsterdamse grond – zelfs hier de tegels verzakken. De winkels zijn leeg en glanzend, ze functioneren niet als alles gewoon is, en nu nog veel minder dan dat. Alleen voor voorbijgangers bestemd, treinreizigers, kantoormedewerkers, leveranciers en verder niks. Wat er aan groen te zien is wekt lachlust op: Grote bloembakken met bomen. Bij één van de gebouwen zijn alle bomen dood. Zelfs bijna geen gras tussen de tegels. Wat architecten op hun impressies weergeven leeft niet.

Ik steek de Parnasusweg bij Station Zuid, wissel van de buiten- naar de binnenkant van de A10. Dan door de Fred. Roeske straat, langs de Geert Grote school en de Rooms Katholie begraafplaats tot aan de gebouwen van Aldo van Eyck. De afbraak vordert, maar er is niet veel nieuws te zien. Wel realiseer ik me dat de ‘gekapte’ bomen wilgen zijn, en dat ze hun takken en bladeren in de komende jaren terug zullen krijgen. Ik loop via het IJsbaanpad langs de hoofdingang van het Burgerweeshuis van Van Eijck, sla links af het fietspad op dat in de richting van de A10 gaat. Onder het verbouwde viaduct met de vreemde lampen door (ik probeer er niet naar te kijken) en volg het fietspad buitenom tot aan de sluizen.

Bij de sluis naar het water van de Nieuwe Meer moet ik even zoeken. Kan ik binnendoor? Er loopt een smal onverhard pad binnendoor vlak langs het talud. Maar ik besluit buitenom over het fietspad te gaan. Het wordt langzaam avond. Vogels fluiten een laatste lied en het is stil. Hoge bomen, schaduwrijk. Ik weet niet precies wat er volgen zal, de snelweg splitst zich hier, een deel gaat verder naar Schiphol, ik moet de bocht om naar Amsterdam West. Dan herken ik de doorgang. Het oude, merkwaardige bedrijventerreintje bij het IJsbaan pad. Lage gebouwen met platte daken, asfalt en bakstenen parkeerterreinen, een benzine station. Er zijn inmiddels vooral hippe bedrijven gevestigd, die iets creatiefs, met mode, en dingen voor binnen in huizen doen. Ik volg waar mogelijk de bocht van de snelweg. Straks kan ik er onderdoor, naar West. Ik sta stil in de lage tunnel die lichtend wit geschilderd is.

Ha, hier komt een werk van Aam Sonneveld! Aam maakt mooi abstract werk. Zwart-Wit. De plek is wat afgelegen. Het laatste hoekje van Amsterdam Zuid, dat overgaat in een lange weg met nieuwbouw in West, vlak bij Sloten, hier kom je niet vaak. Ik loop langs het rijtje, relatief lage kantoorgebouwen. Niet lelijk, denk ik. Er is wat ruimte tussen de achterkant van de gebouwen en de snelweg, die hier weer een plastic kraag draagt. Maar de taluds zijn dichtbegroeid en zien er aanlokkelijk uit, een cadeau aan de buurt, als de gebouwen de boel achter tenminste open laten.

Dit oude gedeelte van de A10 en west is veel rommeliger en minder overzichtelijk dan andere delen van de A10. Er wonen veel mensen. Er is veel gebouwd. Er wordt veel gebouwd. Studentenflats voor buitenlandse studenten (die wonen ook verderop tussen het metrospoor en de Ring). Er is een hele reeks kleine poortjes die onder de snelweg doorgaat, afgewisseld met de punten waar de grote wegen kruizen, lelylaan bijvoorbeeld. Die gaan meestal bovenlangs. Ik eindig bij het Delftlandplein, vol dronken lui en zwervers. Een man die 90 graden gebogen staat. Een jongen met een gouden tand. En even verderop (Ik ga de ring weer door om terug naar huis te gaan) Studentenwoningen (nieuw bouw – hier komen er 500) en grote kantoren. Er staat een zwarte Mercedes cabriolet op de stoep van een van de kantoren.

Hier bij de sluis vlak bij een viaduct onder de snelweg door. Het viaduct is er erg breed. Er is ruimte voor een brede weg tussen de pilaren, een heleboel berm waar nu zand en bouwmaterialen liggen, gras en water en nog een weg. Ik ben nu bijna bij het laantje met de villa’s die ik iedere week vanaf de andere kant, de kant van de Schinkelbrug benader. Daar waar de drie dikke dames van Carl Weeber staan, rood en wit met een groene hoed op. Ik besluit via de Schinkelbrug en het Vondelpark terug naar huis te gaan. Het regende toen ik vertrok, schijnt nu de zon. En Route 79.

EN ROUTE is een experiment waarin herhaling centraal staat. Het is een onderzoek naar de flexibiliteit van taal en de flexibiliteit van de waarneming. Hoe komen schrijven en (voort)bewegen samen als je steeds dezelfde routes neemt? index
top of page