8.

Stephan Keppel 2020 08
beeld: Stephan Keppel Amsterdam 2020

 

 

donderdag 16 januari 2020

Galerijflats hebben allemaal ongeveer dezelfde indeling: Een vrij grote woonkamer met een balkon en een vrij uitzicht over een grasveld met hier en daar een struik of water, de Sloterplas bijvoorbeeld, of de een of de andere vaart. Naast dat grote raam, één of twee kleine kleinere, de kinderkamers, die ook naar de voorkant reiken. En aan de achterkant één grote slaapkamer en de keuken. Zij liggen aan de openbare galerij waar de voordeur is. Niet vreemd, dat de gordijnen er altijd gesloten zijn. Maar het uitzicht is mooi. Vóór en áchter.

Soms zie je tegen de horizon de stekelige franje van de een of de andere industriële activiteit, een chemische fabriek met naftakraker bijvoorbeeld, een vuilverbrandingsbedrijf, of energiecentrale. Alleen als je vlakbij bent ruik je de stank en zie je de meeuwen vliegen. Inmiddels zullen op dat terrein tussen de metalen afvoergoten, opslagloodsen en verbrandingsovens en met roet bedekt grind ook witte windmolens staan.

De stoom en rook die bij de verbranding en verwerking van vuil en grondstoffen moet worden afgevoerd, is kilometers verderop in de heldere lucht goed te zien. De vorm varieert met de weersomstandigheden. Recht omhoog als er geen of weinig wind staat. Met een slinger naar links of rechts, steeds wolliger en breder bij een milde regenlucht. Of, en dat komt nu er regelmatig sprake is van een zeldzaam hoge luchtdruk steeds vaker voor, een paddenstoelvorm. De waterdamp gaat eerst recht omhoog en wordt dan enigszins afgeplat als zij zich op wil lossen in hogere lagen waar wat paarsgrauwe wolkenslierten te vinden zijn.

Die waterdampslinger is het waarschuwingslampje vlak bij mijn huis. Als ik thuis kom na een reis naar een ander land of een andere stad en bijna in de straat sta waar ik woon, kijk ik altijd even naar de verte hoe die dikke pilaar erbij staat. Het levert een angstig gevoel op. Vanuit bepaalde hoeken lijkt het alsof de boel in de fik staat. Ik luister of ik de sirenes van de brandweer of de politie, beiden vlakbij mijn woning gevestigd, al hoor. We hebben inmiddels allemaal ooit wel eens een ramp meegemaakt, een auto-ongeluk, een flinke ontploffing, een grote brand, een neerstortend vliegtuig. En als je het grote geweld niet vlakbij huis hebt meegemaakt dan wel het kleine. Een diefstal bijvoorbeeld of een inbraak thuis.

Hij nam een vriend mee naar huis om op zijn nieuwe computer te spelen, en toen hij wakker werd was zijn nieuwe computer weg.
Hij bestelde een broodje shoarma, midden in de nacht, en toen hij weer opkeek bleek dat het pakje dat onder aan de trap lag, verdwenen was:
“Ik zag het eerst niet goed, dacht dat ik me vergist had. Maar besloot toch even beneden te gaan kijken of die jongen, die bezorger er nog was. Hij zat in het portiek bij de buren en opende het karton.
He, idioot! Kom op met dat pakje.
Ik zag dat hij schrok. Eerst wou hij nog ontkennen, toen gaf hij toe. Er bleek een afstandsbediening in te zitten in die enorme doos.”

Het is helder weer vanochtend. Het zonlicht schijnt fel. De takken van de treurwilg krijgen al kleine knoppen. Ze glanzen in de witte zon. De ramen van het moderne gebouw aan de kadeoever reflecteren het licht. Het ketst scherp en verblindend tegen de glazen gevel af. De grote boom in het midden van de tuinen toont zijn donkere brede takken vol zachtgroen mos.

Omdat hij wist waar hij de shoarma besteld had, besloot hij verhaal te halen.
De jongens lachen hem uit.
Wat wil je! Ik kan toch al zo moeilijk aan bezorgers komen!
Ze gooien hem tegen de grond.
Een stadsverhaal, zegt de politie.
Niet zeuren man! en route 9.

 

EN ROUTE is een experiment waarin herhaling centraal staat. Het is een onderzoek naar de flexibiliteit van taal en de flexibiliteit van de waarneming. Hoe komen schrijven en (voort)bewegen samen als je steeds dezelfde routes neemt? index

 

top of page