137.

Stephan Keppel 2020 04
Stephan Keppel – Soft Curve /Circular Act. Amsterdam 2019 – 2020. Formaat prints 78 x 114 cm.

Zondag, 22 november 2020

Een wandeling aan het einde van de dag. Loop in de richting van de ondergaande zon, ergens achter de hoogbouw aan de rand van de A10. Het is mooi en helder weer. Te zacht, eigenlijk. Met van onderen beschenen wolken die soms als een zwart-grijs gaas zijn, met daar achter een deken van schapenwolkjes en iets wat oranje, heel lichtblauw, paars en later op de wandeling helder rood is. De lange kale ovalen van enkele kale populieren vormen een ronde muur, een theaterachtige constructie van zwarte kriebelende takken rond het water en de bruggen aan de achterkant van de Diamant, een groot schoolgebouw in de stijl van de Amsterdamse School. Ik loop recht door in de richting van de Postjesweg, omdat ik bij de vorige fietstocht het stuk naar het Rembrandtpark zo mooi vond. Struweel, struikgewas en bomen die als ze in het park staan toch nog geel zijn van wat achtergebleven blad.

Vóór de brug met de lelijke oranje honden – van die openbare ruimte kunst waar je altijd als je er langs komt van denkt: Wat als dit werk nou eens wel goed was ontworpen en uitgevoerd –  ga ik het begroeide talud af naar beneden naar het park. Ook rechts van mij een theaterzicht, een zacht glooiende groene heuvel met tegen de avondlucht een halve kring van bomen, de treurwilg nog vol in blad. En ik loop het tamelijk drukke park in. Nu mensen nergens anders naar toe kunnen lopen zij in het park. Het is aanmerkelijk drukken dan het zou zijn zonder quarantaine.

In het park kijk ik eerst naar links, de hoge vrijstaande jaren zeventig flat waar nu een hotel en een hotelvakschool in gevestigd zijn. Op dezelfde hoogte tussen Park en snelweg A 10 de zeven hoge vierkante flats. Ze liggen met hun vreemde blinde voeten in het groen, een twee verdiepingen hoge bakstenen muur, met een enkele glazen deur als entree. Achter de zwarte deuren die je ook in de blinde muur kunt vinden, staan de rollende vuilnisbakken.

Ik besluit een heel klein stukje in het park naar rechts te gaan, richting de hoge hotelflat en neem een kleine tunnel onder de snelweg door. Van hieruit loop ik rechtdoor totdat ik tegen het trein- en metrospoor aan bots. Het nieuwe ‘Spoorpark’ is open. Een smalle strook park, dat uit een brede zigzaggende betonplaat bestaat die aan een kade grenst. De houten kade gaat tamelijk ver over het water heen. Aan de overkant het spoortalud. Aan de kant waar ik nu sta, de tamelijk armoedige jaren zestigflats die – evenals de andere lage en oude huizen, bijna helemaal in nieuwe hoogbouw zijn ingepakt. Ik hoop dat de wallekanten van het water snel begroeid raken. Nu ziet het er hopeloos kaal en stedelijk uit. De nieuwbouw op de hoek is vanaf deze hoek nog lelijker dan van de straat. Een gebouw dat circe twaalfverdiepingen hoog is en meerdere twee etage hoge woningen bevat. de architectuur is van alles. Groen, wit, groene computerpatronen aan een binnenkant. IJzeren verbindingsbruggen. Open stukken, én een opeenstapeling van betonnen aquaria. Er is een bibliotheek onderin op de begane grond.

Ik loop naar links omdat ik straks via de Postjesweg terug naar het park wil gaan. Links de oude flats, half afgebroken. Ik besluit onder het flatgebouw door te gaan naar het winkelcentrum daarachter.  Ook achter de flatmuur is alles nieuw. Een plein. De achterkant van een modernistische moskee. Een gebouw met platen met een sierstructuur en een ruimte met acht grote knoestige pseudo acacia’s, in het gelid zoals op dit moment mode is. Ik vraag me af waarom ik deze architectuur zo lelijk vind, want eigenlijk is het wel mooi. ’t Zou kunnen dat ik het associeer met de hardheid van de huidige beleidscultuur die uit het onderzoek naar de toeslagenaffaire blijkt: Als je betaalt wordt goed voor je gezorgd.

Rechtdoor naar de zeven vierkante flats die aan de snelweg liggen, en ik loop weer tegen een smalle tunnel aan die onder de snelweg doorloopt. Opnieuw het park. Aan de overkant liggen de oudere Amsterdamse huizen. Is het vreemd dat een nieuwe wijk zoals die die in de Houthavens gebouwd is, juist naar deze burgerlijke bouwstijlen verwijst? Het is vreemd dat je juist die vierkante nieuwbouw met de hardheid van de nieuwe overheidsregels associeert. Want de mensen die ze maken zullen juist in zulke oude huizen wonen. De traditie bewaren. Omdat ze daar het geld voor hebben, denken ze dat het ook rechtvaardig is. Het is hun goed recht die traditie bewaken. Iemand in een nieuwbouwwoning kan dat niet.

Eenmaal in het park, besluit ik door te lopen tot aan de weg naar de Schinkelbrug. Dan kan ik door het Vondelpark terug. Achter mijn rug wordt het donker. Voor mij uit lijkt het nog net iets lichter. Alle straatlampen staan aan. Ik ga onder de brede weg door die naar het Surinameplein loopt en tel de pilaren van de tamelijk lage brug. Het zijn er tweeëndertig. De brede constructie, de brug, de relingen langs het water lopen tamelijk ver door. Dan zie ik de flats aan het vierkante water voor het eerst in het donker. Ze zijn massief, niet licht als de lucht, wat ze ’s ochtends meestal zijn. De zon is gekeerd. En Route 138.

 

EN ROUTE is een experiment waarin herhaling centraal staat. Het is een onderzoek naar de flexibiliteit van taal en de flexibiliteit van de waarneming. Hoe komen schrijven en (voort)bewegen samen als je steeds dezelfde routes neemt? index
top of page